Hoe kwam je in hemelsnaam erbij om als Nederlandse boer, de OPM (West-Papua Bevrijdingsleger) al die jaren te steunen?
Hij had er duidelijk plezier toen ik die vraag stelde. Boer Munting woont in Noord Groningen ergens waar de weg ophoud en je met enige fantasie de zee tegen de dijken aan hoorde beuken.
Wij luisteren vroeger elke dag tijdens het ontbijt, voor we het land op gaan naar de radio en hoorden we de dominee vertellen over de eenzame strijd van de Papua's.
Onze vader was er ooit mee begonnen en wij (met broer) hebben het daarna overgenomen.
Mijn eerste ontmoeting met deze bijzondere man was op een zomerse dag in de maand juli 2007.
Ik heb me nog geërgerd over het kutdorpje dat ik voorbij reed om bij Munting te komen en met 75km per uur een flitspaal voorbij reed op een weg in de middel of nowhere waar 50 km was toegestaan.
Toen ik mijn nek bijna verdraaide om te kijken of het werkelijk een flitspaal was die ik daar voorbij reed, was ik het dorpje alweer uit. De bon kreeg ik drie weken later, balen dus.
Ik reed het terrein op van de familieboerderij, maar Munting was in geen velden of wegen te bekennen.
Ik moest dus toch die koeienstal in, want ik vermoed dat hij daar ergens rondloopt.
Mijn ergste nachtmerrie, grinnikte ik in mijzelf als een boer met kiespijn met mijn licht kleurige sneakers en baggie spijkerbroek.
Letterlijk en figuurlijk shit dus, maar gelukkig had hij de auto gehoord en kwam de stal al uitlopen.
Hij zag er op en top als boer uit met zijn marineblauwe jasje en dito broek, petje en groene laarzen.
Loop maar mee zei hij in plat grunnings.
Van binnen zag het er zo uit zoals ik het me heb voorgesteld, klein knus en jaren zestig inrichting alsof de tijd stil was blijven staan.
Hij vertelde dat deze boerderij van zijn broer was die hij een jaar geleden was verloren na een ziektebed. Het boerenleven hadden beide broers al lang achter zich gelaten en waren ze eigenlijk hobbyboeren met een kleine (150 koeien) veestapel.
Munting zelf woonde, ook in een verbouwde boerderij, aan de andere kant van het dorpje dat hooguit 25 gezinnen en families telde. Iedereen kent elkaar natuurlijk.
De thee was ouderwets sterk en Munting zat op de praatstoel.
Ik keek door het raam recht tegen een uit de kluiten gewassen vrijstaand huis aan de voorkant van de de woonboerderij.
wie woont daar dan? vroeg ik.
Ohh dat is de garage geweest die hebben we laten verbouwen tot woonhuis. Voor de verhuur?
Neuhh gewoon zo maar.
In de stal op zolder staan de spullen waarvoor ik gekomen was in opslag.
Enige tientallen bureaus ooit door de ABN-AMRO geschonken aan de stichting waar ik bestuurslid van was.
De spullen kon ik die dag niet meenemen want dat moest met een trailer gebeuren.
Maar wat ik die dag wel meenam naar huis was nog belangrijker en waardevoller dan die stalen bureaus. Ik vroeg boer Munting of hij zich verveelde nu hij geen boer meer was.
Jah jah, ik heb nog wel koeien heur maar die zijn meer voor de hobby en verkoop.
Dit huis is van m'n broer geweest (was inmiddels overleden) maar ik kom hier nog elke dag.
Dan vertelde Munting een staaltje van boeren nuchterheid.
Er waren al verschillende belangstellenden geweest die de boerderij en het land die bij de boerderij hoorde te kopen. Maruh..ik heb gewoon nee gezegd.
De laatste keer was het een projectontwikkelaar, (lachend)zo'n man met een pak en das weet oe wel.
Die bood me een paar miljoen veur de boerderie en het land.
Een paar miljoen?... papegaaide ik hem verbaast na. Jah jah....kom dan zal ik het je laten zien.
Munting liep voor me uit naar buiten tot achter de stal door een stuk ploegend geplaveid met donkerbruin en groene hoopjes die ik zigzaggend probeerde te ontwijken.
Dan bleef hij staan en zei: "mijn land loopt vanaf hier (wees naar de punt van zijn laarzen) tot bij die boerderie met die rode dakpannen daar".
Ik keek langzaam van rechts naar links en weer terug op zoek naar die boerderij.
Maar hoe goed ik ook mijn best deed, ik zag die boerderij niet.
Toen zei Munting: "die daar recht voor ons uut" en wees in die richting recht voor ons en ja hoor met half geknepen ogen zag ik inderdaad in de verte aan de horizon het rode dak van een boerderij.
Dan maakte Munting een horizontale (halve cirkel)beweging met zijn uitgestoken hand..."en dat is allemaal van mij".
Ik was heel diep onder de indruk, niet om wat hij heeft maar om het geluk en kinderlijke blijheid dat Munting uitstraalde.
We liepen weer naar binnen en vroeg ik hem aan tafel onder een tweede bakkie thee waarom hij dat niet gedaan hebt.
Wat? vroeg hij. Nou (antwoordde ik) het land verkopen aan die projectontwikkelaar, want je hebt toch genoeg aan die van jezelf ?
Munting begon te glimlachen of was het een grijns....Nou, dat zal ik oe vertellen.
Die man zei tegen mij, als je dat aan mij verkoopt, dan ben je heel rijk en sta je elke ochtend op. loop je naar de kast waar je je bank-afschriften hebt liggen en zie je hoeveel geld je op de bankrekening hebt staan.
Muntig begon nu te schaterlachen en sloeg met zijn beide handen op zijn bovenbenen. Weet oe wat ik tegen hem zei?
Nee, zei ik droogjes en op alles voorbereid.
Nou ik zei tegen hem: als ik dan morgens op sta, dan moet ik eerst naar die kast lopen, mijn bankboek eruut halen en dan zie ik alleen getallen en cijfers.
En nu loop ik naar buutn achter mijn stal en kijk ik om me heen en zie ik wat ik allemaal heb.
Ik moest plotseling denken aan Jose Michuel, een Spaanse boer in de Pyrenese hooggebergten in de omgeving van Ordessa Valley, tussen Jaca en Aisa.
Hij woont in een soort gigantisch middeleeuws familieboerderij Las Tiesas Altas.
Boven tegen een bergrug geplakt uitkijkend over een vallei waarvan hij, en daar kwam ik pas enkele jaren en tientallen liters familiewijn later achter, nadat we elkaar eerst amigo en daarna mi hermano hebben genoemd, de eigenaar is.
José Michuel heet hij maar daarover straks meer in een ander Blog.
Boer Munting vroeg me wat mijn link was met de Papua's omdat ik er ook zoveel van afwist.
Ik vertelde hem dat ik lid ben van een mensenrechten organisatie (PIP, Papua Indigenous People) en ook nauwe contacten onderhoud met de achterban in de binnenlanden van West Papua.
Bedoel je de OPM? vroeg Munting. (dat wist hij dus ook al)
Nee de West Papua liberation Army die in een andere gebiedsdeel van West Papua actief is dan de OPM. Munting vertelde dat hij al jaren op de Onafhankelijkheidsdag van West Papua de blauwwit gestreepte vlag met rode balk en witte ster in de voortuin van zijn boerderij heeft hangen.
Toen ik naar de auto terug liep zei Munting dat ik maar gauw terug moest komen voor een bakkie en de zolder boven de stal moest toch eenmaal opgeruimd worden. Munting zou me vaker na dit bezoek bellen, soms 's avonds laat als hij in bed lag en zich blijkbaar verveelde.
Een jaar later belde hij me of ik samen met hem naar de Onafhankelijkheidsdag viering van Papua wilde gaan in Utrecht.
Dat zou me wel leuk lijken en vroeg of ik hem moest ophalen maar dan in stad Groningen.
Dus als hij die ochtend met de auto naar Groningerstad wilde komen dan scheelt het me weer een reis naar dat gehucht en twee snelheidsbekeuringen (op de terugweg was ik zo in gedachten verzonken dat ik dezelfde kutpaal weer over het hoofd zag en dus weer geflitst was)
Munting: Dat wil ik wel doen maar ik weet niet oe de auto wurkt.
Huh? Hoe bedoel je, je hebt toch wel vaker in je auto gereden?
Jawel klonk het schuchter door de telefoon, maar ik weet nog niet hoe alles werkt van mijn nieuwe auto. Oh, heb je een nieuwe auto gekocht? Jah jah...splinternieuw. Oh ok, wat voor auto dan? Een Audi A-8......en ik gebruik hem nu nog maar om boodschappen te doen naar de supermarkt in het dorp.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten