De grootste vijand en de grootste angst van de mens is de tijd.
Wij doen er van alles aan om de tijd te snel of slim af te zijn terwijl wij dit fenomeen zelf in het leven hebben geroepen met allerlei wetenschappelijke formules omdat we het niet begrijpen en het geheim proberen te ontraadselen.
De tijd is altijd gerelateerd aan de mens en nooit aan de natuur en andere levens of energievormen op deze planeet want de natuur is er altijd al geweest en wij maken daar onderdeel van uit.
Zelfs Einstein heeft zich niet verscholen achter allerlei wetenshappelijke verklaringen toen hij zei dat het meest verwonderlijke van de natuur is, dat het in al haar simpelheid te begrijpen is.
Maar wij willen natuurlijk meer, wij willen namelijk ook precies weten hoe de natuur dat doet zodat wij onze houdbaarheidsdatum zouden kunnen verlengen.
We liften bij het leven en botoxen alsof en omdat ons leven ervan afhangt.
Verjongingskuren, haarimplantaten, we kunnen het niet zo gek bedenken.
De gemiddelde levensduur van mensen ligt nu veel hoger dan een halve eeuw geleden dus we worden steeds ouder, leven langer en verbeelden we ons dat in de verre toekomst de gemiddelde leeftijd tweemaal hoger ligt.
Wat te denken van het idee van invriezen om later weer door toekomstige wetenschappers als Frankenstein tot leven te laten brengen?
De scheefgroei op deze planeet is al lang in volle gang, vanaf het moment waarop we rechtop leerden lopen op onze achter poten, ontwikkelen we ons in raptempo richting zelfdestructie.
Het is leven om te overleven ten koste van alles.
Terwijl ieder minuut een kind elders in de wereld van de honger sterft, trekken we hier uit de muur een lekkere warme vette gehaktbal of rijden we een mc Donald in voor een dubbele burger.
Die vreten we, rijdend in een benzine slurpende vierwieler of voor de breedbeeld op en liefst in 3-D onderwijl de beelden bekijkend van kinderen op de vuilnisbelten van Indonesië, Brazilië of India op zoek naar dat kleine beetje eten wat over is van een drie gangen maaltijd van drie dagen of meer geleden voor het in de vuilnisbak beland.
De natuur blijft zichzelf en na de facelift die we haar toedienen, ontbossing, vervuiling in z'n ergste vorm in snel tempo, krijgen we vroeg of laat de rekening gepresenteerd, want er is een zekere regelmaat en ordening in dit ogenschijnlijk chaos.
Wij existeren ook bij de gratie om te kunnen sterven en daar is geen ontkomen aan, ook niet met de slimste pilletjes en zalfjes.
Feitelijk sterven we fysiek iedere seconde (mensen tijd :-) een beetje af en dat is helaas onomkeerbaar.
Zelfs een goed gebed kan niet garant staan voor verjonging of een langere levensduur.
Mensen bidden vaak om vergiffenis of beterschap maar nooit om een lang of eeuwig leven.
Waarom eigenlijk niet? Heel simpel omdat we het weten, ergens in ons achterhoofd, dat we vroeg of laat opgelost worden in de tijd.
Oud worden en dood gaan hoort bij het leven en daar moeten we het mee doen ipv het te verdringen of te ontkennen.
zondag 20 november 2011
woensdag 9 november 2011
Canyons en Mountains from Sierra de Guara (Spain)
In 1990 was ik samen met een paar vrienden naar de Pyreneeën afgereisd om een gebied te bekijken ivm een programma voor probleemjongeren.We waren met zn drieën, Philip en Jack beiden werkzaam als officieren bij de lucht mobielebrigade.
Rob een goede vriend van me (die helaas op jonge leeftijd is overleden) vertelde me over het duo toen ik het over mijn plan had om een outdoorprogramma te maken voor de categorie jongeren met extreem probleemgedrag.
Hij kent collega's die bergsport als hobby hadden en regelmatig naar Oostenrijk, Zwitserland en de Spaanse Pyrenese hooggebergten rijden om 'even' een lang weekend te gaan klimmen.
Binnen een maand nadat wij elkaar gesproken hadden zaten we al in de auto richting Spanje.
Philip en Jack hebben wel een paar canyons enkele keren gedaan maar van een groot aantal in het gebied Sierra de Guara, aan de voet van de Pyrenese hooggebergten, waren we toch aangewezen op Spaanse berggidsen.
Ons basiskamp El Puente lag vlakbij het dorpje Roddelar op circa 800 meter hoogte en precies 1 kilometer loopafstand in een dal aan een riviertje ingesloten en verscholen tussen heuvels.
Met de eigenaresse, Fina Cortez heb ik tot op de dag van vandaag een warme band en noemden we elkaar ook mi familia. Ik herinner me onze eerste dag in El Puente.
Die nacht begon het te flitsen en hoorde ik het in de verte onweren.
Een prachtig gezicht om te zien als je de countouren van de bergen achter je ziet oplichten.
Fina vertelde ons al dat het slecht weer zou worden, maar ik wist niet dat slecht weer in de bergen iets anders betekende dan een onweersbui in Nederland.
Ik had mijn tent vlakbij een riviertje opgezet die achter het kamp liep.
We waren vroeg gaan slapen omdat we 's morgens om 05.00 u op zouden staan.
Ik had gedacht ondanks het onweer te kunnen slapen van de vermoeiende reis.
Maar toen kwam de flits en vrijwel direct erna de knal en wist ik dat hetwel eens een onrustige nacht zou worden. De bliksem raakte een bergwand op circa 100 meter afstand van ons kamp.
Het was de oefenwand waar we 's middags nog geklommen hebben. In de wanden zaten overal ijzeren boorhaken om te zekeren tijdens het klimmen waard de bliksem naartoe werd geleid.
De knal was oorverdovend en heb ik het ideee dat ik in mijn tent op en neer stuitert en voelde na de inslag gewoon de grond trillen.
De geur of stank van zwavel bleef ook in het dal hangen want de bliksem sloeg die nacht meerder malen in de omgeving in.
De regen kwam in bakken naar beneden.
Mijn tent lag gelukkige stevig verankerd met lange haringen.
Maar de positie van de tent was niet zo geweldig gekozen.
Het water voelde ik op een gegeven moment onder de tent doorstromen heuvelafwaarts de rivier in op circa 50 m afstand.
De volgende ochtend vertelde Fina dat zij dit ook voor de eerste keer had meegemaakt.
Het regende drie dagen, waardoor we genoodzaakt waren op ons basiskamp te blijven. Een klein beetje regen in de bergen kan verstrekkende gevolgen hebben voor het canyoning.
Reden dat als het weer omslaat en het regent, alle tochten worden geannuleerd.
Het smeltwater uit de bergtoppen van de Pyreneeën die in kleine riviertjes bergafwaarst hun weg zoeken verandert in de Canyons van een rustig kabbelend beekje in een watermassa die zich met geweld door de canyons perst.
De smallere canyons zoals de Formiga en de Gorganchon krijgen te maken met een subtielere vertaling van de natuurwetten. Binnen enkele minuten of seconden kan een canyon (afhankelijk van hoogte, lengte en breedte) een niveau verschil bereiken van 0 naar 6 meter.
Ik heb het gelukkig nog nooit meegemaakt en degene die dat meegemaakt hadden en het konden navertellen hebben heel veel geluk gehad.
El Gorgonchon is zo'n canyon gelegen in een dal tussen de pittoreske dorpjes Labata, Panzano en Yaso.
Het is het uiteinde van de Formiga, iets lager gelegen op circa 2 kilometer afstand.
De Formiga is een canyon van anderhalve kilometer lengte en als je na ruim 4 uren daar uit komt (afhankelijk hoeveel personen eraan deelnemen), moet je wel energie over hebben om daarna ook nog met natte neopreenpakken, touwen en abseil en klimmateriaal in de auto te stappen en aan de Gorganchon (slechts 150 meter lang) te beginnen.
Overmoedigheid mag of kan dan wel een reden of motivatie of meestal een uitdaging zijn om je fysieke of geestelijke grenzen te verleggen.
Maar de wetten van de natuur hebben daar werkelijk waar geen boodschap aan en houdt nergens rekening mee.
Om in de Formiga te komen was een steile klim noodzakelijk met halverwege een spannend stuk van circa 12 meter die je balancerend als een acrobaat (weliswaar gezekerd) langs een steil en smal stukje moet lopen.
Het ravijn beneden op dat korte stukje was aan het begin circa 30 tot 50 meter diep.
Het was een smalle canyon en de beste tijd om hier doorheen te gaan is tussen 12.00 u en 15.00 u dan schijnt de zon pal boven de canyon is er weinig schaduw en is het aangenaam vertoeven.
Voor de Formiga zijn in de zomer, driekwart neopreenpakken van 3 mm dikte wel voldoende.
Waar de Formiga ophoudt, begint de Gorganchon.
Er zijn weinig canyons die ik niet mooi vind want iedere canyon heeft zijn eigen charme en moeilijkheidsgraad, maar de Gorgonchon heeft iets speciaals en ik kan het moeilijk uitleggen of beschrijven wat het precies is wat deze canyon zo bijzonder maakt.
Misschien is het vanwege de lengte, want het is de kortste canyon van de Sierra de Guara, je kan het zonder touwen doen en je kan heel snel er door heen als je ervaren bent.
Mijn eerste kennismaking met de Gorganchon was met de Spaanse gids Josan die ik al meerde keren had gecontracteerd om met groepen de canyons in te gaan.
Hij sprak gebrekkig Engels en en een klein beetje Duits wat hij overgehouden heeft van een jaar studie in Duitsland.
Met zijn nog geen 1.70 m, en lange zwarte haar tot aan de schouders, grijs groene ogen, een klein baardje en dromerige blik doet hij me aan iemand denken, een bijbels figuur die door miljoenen mensen over de hele wereld aanbeden wordt.
De Gorganchon is heel spectaculair om te doen en ondanks de hoogteverschillen hebben we in principe niet zoveel touw nodig. Aan het begin (een nauw stuk van circa 45 tot 55 cm breed, daal je af door met je handen, knieen en rug af te zetten tegen de wanden.
Eenmaal beneden laat je je zakken in het stromend water waarin alleen ruimte was tussen de rotswanden voor je hoofd en je hele lichaam onder water verdwijnt. Het is lastig om met zo weinig bewegingsvrijheid zwembewegingen te maken over een afstand van circa 10 m.
Er was een zeer moeilijk afdaling in een gat van circa 40 cm doorsnede waar je je doorheen moet wringen terwijl het water met kracht langs jou lichaam geperst wordt en je moet uitkijken dat je niet naar beneden gesleurd of getrokken wordt.
Als je de route een keer gedaan hebt dan weet je dat ergens iets meer dan anderhalve meter lager een uitstekend rotspunt is waar je je voeten neer kan zetten maar door al dat water dat met veel gebulder en kracht in dat gat verdwijnt, is een kleine misrekening al fataal.
En Josan heeft de Gorgonchon al vaker gedaan dus die kan bij wijze van spreken met ogen dicht de canyon in, maar voor mij was het de eerste keer.
Wij hebben ons wel gezekerd en touw gebruikt omdat door de regen van de afgelopen dagen er ontzettend veel water in de canyons is en Josan geen enkele risico wil nemen.
Ik ging als eerste door het gat nadat Josan me instructies had gegeven en een beschrijving van de grot waarin het water door het gat verdween.
Andersom was niet mogelijk geweest omdat Josan onmogelijk weer naar boven kan klauteren tegen de stroom in en ook nog door dat smalle gat als er iets onverwachts met mij gebeurde terwijl hij al beneden was.
Tot aan m'n schouders (alleen mijn hoofd stak nog uit) ging het goed en zocht ik, voelend met mn voeten naar die uitstekende rotspunt en zet met de punt van mn schoen mijn gewicht erop, haalde diep adem en liet me door het gat zakken.
Ik hoorde Josan niet meer, voelde de enorme druk van het water op mijn hoofd en schouder, gleed uit en viel voor mijn gevoel enkele meters naar beneden totdat ik een flinke ruk voelde en bleef hangen in m'n klimgordel en helemaal gedesoriënteerd (geen grip terwijl mijn handen om me heen zwaaiden, zoekend naar het touw waaraan ik hing).
De watermassa dat met kracht op mijn bovenlichaam viel zorgde er ook voor dat ik me niet omhoog kan werken om het touw vast te pakken en draaide enkele keren om mijn as.
Plotseling voelde ik dat Josan het touw liet vieren omdat hij instinctief vermoede dat er iets mis was gegaan beneden.
Door het bulderende water kon hij mij ook niet horen dus er was geen communicatie met elkaar.
Dan herinnerde ik me plotseling en op tijd dat Josan zei dat er beneden een tweede gat moet zijn van gelijke diameter waar het water in verdwijnt en spreidde ik instinctief mijn benen.
Het was op tijd want ik zag wat Josan mij boven vertelde en beschreef. Dit gat was na duizenden jaren door slijtage van het vallend water ontstaan. Josan vertelde me later dat het een gat was waar je net met twee personen in kan staan maar als je er eenmaal meegesleurd en er in getrokken wordt, je niet meer zonder hulp eruit kan komen en met heel heel water in de canyon kan verdrinken.
Dat was ook twee jaar daarvoor gebeurd met 2 mensen. (de vierde en vijfde slachtoffer sinds de Gorgonchon is ontdekt)
Een meisje van 17 jaar en haar oom.
De weersomstandigheden lieten eigenlijk al niet toe dat ze een canyon in gaan want het zou gaan regenen. De lucht in de hoger gelegen gebieden tegen de bergtoppen aan is donker van de regenwolken.
Dan duurt het slechts een paar uren voor het een uitweg zoekt naar de lager gelegen gebieden.
De mensen die net eruit kwamen hebben de twee al gewaarschuwd dat het gezien de donkere wolken die eraan kwamen het niet verstandig zou zijn.
Maar de oom, een ervaren man in de bergen, denkt dat zij het nog wel op tijd konden halen en er weer uit zijn als het begint te regenen.
Toen 's morgens vroeg passerende mensen dezelfde auto nog zagen staan langs de weg, sloegen ze alarm maar was het leed al geschied.
De oom konden de bergers nog levend uit het gat halen maar sterk verzwakt en zwaar onderkoeld. Hij kon nog navertellen dat ze verrast werden door de plotseling stijgende water door hevig regenval en het meisje in het tweede gat werd gezogen.
Hij was haar nog achterna gegaan door zich in het gat te laten zakken maar eenmaal erin konden ze niet meer uit zichzelf eruit. Beiden raakten ondanks de neopreenpakken sterk onderkoeld in het water dat in de zomer 's nachts een temperatuur kan hebben van 6 tot 10 graden.
Een triest verhaal die nog naverteld kan worden door de oom maar uiteindelijk heeft hij het ook niet overleefd.
Het moeilijkste deel met Josan hebben we dus al gehad en de laatste 50 meter van de Gorganchon was echt genieten.
Josan heeft altijd een kleine zakwoordenboek Spaans-Duits bij zich maar zijn glimlach heeft geen vertaling nodig, toen we na anderhalf uur zwemmend uit de canyon kwamen.
Ik kan me echter nog precies herinneren bij welke tocht het geweest was toen hij wel zijn zakwoordenboek raadpleegde.
Canyon Salto de Roldan
Het was een trekking door natuurgebied dat veel groen heeft. Sierra de Guara staat namelijk in Spanje bekend als de Spaanse hel, het is daar altijd 5 of 6 graden warmer en en erg droog, dor en bruin, maar dit deel is heel anders dan het Oostelijk deel van de Guara.
Het ging Josan om de rotspieken Pena San Miguel (1125m) en Pena Aman die precies 1 m lager ligt (1124).
De droge canyon Salto Roldan snijdt er dwars doorheen.
Vanuit de verte zagen ze eruit als twee sfinxen die tegenover elkaar liggen.
De tocht er naar toe duurde slechts vier uren. We hoefden gelukkig geen neopreenpakken mee, slechts onze lichte klimuitrusting, touwen en proviand voor onderweg.
De route naar de top was minder spectaculair maar eenmaal boven begreep ik pas waarom Josan ons hierheen bracht. Ik zag de gieren al vanaf een afstand, maar heb ze nog nooit zo laag zien vliegen.
Met een spanwijdte van gemiddeld drie meter en dan in een groep van circa 10 tot 15 zagen ze er indrukwekkend onheilspellend uit en ze kwamen nog dichterbij tot enkele meters afstand en dan op voethoogte van ons zweefden ze om ons heen alsof ze ergens op wachten.
Ik wist van Josan dat het geen echte vleeseters zijn, maar zich voeden met de resten (botten) van dode dieren.
Het was bloedheet die middag en de zon scheen gelukkig niet meer recht boven onze hoofden op de teruweg.Met een spanwijdte van gemiddeld drie meter en dan in een groep van circa 10 tot 15 zagen ze er indrukwekkend onheilspellend uit en ze kwamen nog dichterbij tot enkele meters afstand en dan op voethoogte van ons zweefden ze om ons heen alsof ze ergens op wachten.
Ik wist van Josan dat het geen echte vleeseters zijn, maar zich voeden met de resten (botten) van dode dieren.
Halverwege bleef Josan plotseling staan, draaide zich om en wees met zijn hand naar de grond.
We stonden om hem heen en tuurden naar de plek waar zijn vinger naartoe wees.
Het was windstil en behalve krekels hoorde je verder niks.
Vragend keek hij ons aan (zien jullie het niet?) maar niemand waagde zich aan de vraag wat de reden was waarom wij zo abrupt stopten en met z'n allen in een kring naar de grond staarden.
Behalve stenen, wat groene ontkiemende plantjes en mieren op de plaats waar Josan naar wees, zagen we niks bijzonders.
Josan pakte zijn zakwoordenboek en bladerde er doorheen zoekend naar de juiste vertaling voor wat hij in zijn hoofd heeft. Zijn ogen keken slechts 44cm cm voor zich uit want hij was in gedachten verzonken en stak even later zijn boekje weer in zijn broekzak.
In de tussentijd bleven we naar de grond kijken en zoeken, maar zagen 6 paar ogen niet wat Josan blijkbaar onmogelijk over het hoofd kon zien.
Josan bukte en raapte een peukje op van een filtersigaret en bestudeerde het tussen duim en wijsvinger alsof hij het voorwerp nog nooit van zijn leven gezien heeft en hield het daarna omhoog zodat wij het allemaal konden zien.
Dan zei hij iets wat ik als een understatement en aanklacht beschouwde aan de bewoners van deze planeet: "Look, a track of civillisation".
De manier waarop Josan keek (glazig) en hoe hij het zei (verwondering en verdriet) zal ik nog lang met me mee dragen. In slechts een fractie van een seconde veranderde de wereld opeens in een tijdelijke habitad die wij mensen slechts in bruikleen hebben, maar er een zooitje van gemaakt hebben.
Milorcha.
Voor Josan werkte ik veel samen met organisatie Milorcha een groep gidsen uit, Barbastro en Ainsa, van wie Alfredo en Roxanne door hun charismatische uitstraling en autoriteit op het gebied van bergsport het meest in het oog springt.
Rond deze groep hing een geheimzinnige sfeer en ik kon in het begin er maar niet achter komen wat het nu precies was.
We werkten vanaf 1990 tot 1995 samen. Roxanne zag er niet bepaald uit als het type berggids want met lang zwart krullend haar en superslanke verschijning zag de Spaanse eruit alsof ze op het punt staat over een minuut de catwalk op te lopen.
Zelfs in haar klimoutfit zag ze er uit als door een ring te halen.
Toen ik een keer in de ontmoetingsplaats en cantina annex briefingruimte van El Puente aan Alfredo vroeg waar Roxanne is, lacht hij en zei : "Yes she is always beautifull" Maar dat vroeg ik niet zei ik tegen hem, "I know" was zijn antwoord.
Roxanne heeft een veelvoud aan prijzen gewonnen met sportklimmen, nationaal en internationaal.
Zowel Roxanne als Alfredo hangen (met hun mooie actiefoto's met handtekening en bijschrift (For Fina) aan de Wall of Fame van de cantina van Fina in Camp El Puente.
De gidsen organisatie waar Alfredo en Roxanne onder vallen, verhuisde later van Barbastro naar Ainsa ( de "koude" canyons, spectaculairder, hogere afsprong in het water en diepere abseils) noordelijker en ver buiten de Sierra, in de hight pyrenees en dichter bij het koude ijsmeltwater (twee delig 5 mm neopreen pakken).
Volgens iemand die de groep en organisatie kende, waren ze gelinkt aan de politieke organisatie ETA in Noord Spanje.
Ik heb zo mijn twijfels voor deze verklaring, maar de sfeer van geheimzinnigheid blijft natuurlijk.
Je hoorde hen ook nooit in discussie gaan met anderen, ze zijn altijd bij elkaar en praten nooit over actuele dingen die de krant gehaald hebben.
Ze deden gewoon waarvoor ze ingehuurd werden en verder niks , waar andere berggidsen zich suf socialiseerden en netwerken in de bergsportwereldje, trokken zij zich terug of bleven nooit nazitten na evaluaties of briefings.
In dit gebied waren wel symphatiesanten actief getuige de muurschilderingen en de ETA teksten op groene containers.
Een (auto-) bomaanslag gericht op de nabijgelegen kazerne in Huesca vlakbij de supermarkt waar wij altijd boodschappen deden was het enigste wapenfeit van deze groep die ik meegemaakt heb in al die jaren.
Het viel me ook al op dat in deze regio (tussen Ainsa en Pamplona) heel veel groen witte auto's van de Guardia de Civil rondreden en als je deze agenten lopend tegen kwam dan zie je ze ook nooit lachen of vriendelijk groeten.
Ze kijken je alleen streng, vorsend en onderzoekend aan.
Ik ken een instructeur van de Guardia de Civil die in Jaca gelegerd is.
Een zeer ervaren klimmer die gespecialeerd is in bergreddingsoperaties vanuit helicopters. Manolo, eind veertig ken ik via Agnes, zijn vriendin de eigenaresse van Las Tiesas Altas een vegetarisch restaurant annex herberg stijl jeren zestig. Agnes hing de Boedisthische leer aan.
Het heeft lang geduurd voordat Manolo toegankelijker wordt in de omgang en uit zichzelf iets uit zijn priveleven vertelde.
Niemand in zijn naaste omgeving praat over het beroep of functie van Manolo.
Hij woont in een klein dorpje net buiten Jaca, maar heeft op de kazerne een kamer voor doordeweekse dagen als hij moet werken.
Pas maanden later, nadat wij elkaar beter hadden leerden kennen, vertelde hij me dat alle personeel van de Guardia de Civil met name de officieren geinstrueerd werden om zich zo onopvallend mogelijk te verplaatsen en vooral voorzichtig in de omgang met vreemden.
Dit ivm aanslagen en ontvoeringen op millitairen en politiemensen.
Jaca grenst zo'n beetje aan Baskenland en telt een aantal opleidingskampen voor politie en millitairen.
Het wemelt er ook van groene uniformen in het doorgaans toeristische plaatsje.
Als er roadblogs opgeworpen worden en je auto wordt binnenste buiten gehaald, dan is het niet omdat ze een oefening hielden.
Je wordt zonder dat je het weet op enkele kilometers ervandaan gespot en misschien als verdacht beschouwd.
Ze zijn altijd gewapend en hun wapens dragen ze schietklaar bij zich.
Na enkele jaren in de stad Jaca en omgeving went het wel. Ik heb ooit een keer in de buurt van Graus (richting Ainsa en Frankrijk) met Manolo afgesproken.
Ze waren daar op oefening in de bergen en omdat ik toevallig ook in Panillo moet zijn (op de route) kwam ik 's avonds (na lang zoeken) langs hun kamp.
Manolo stelde me voor aan zijn collega officieren en drie Marokkaanse politiemensen die ook deelnamen aan die oefening in het kader van een uitwisseling.
We raakten in gesprek over Marokko en wat ik in Spanje deed.
Ik vertelde hem dat ik samen met een Marokkaanse kennis een locatie voor jongeren met probleemgedrag ga opzetten in Marokko.
Ik vertelde de achtergrond van Hassan waarna ze plotseling zeiden dat ze menen te weten wie dat is.
Van Hassan wist ik dat hij een van de lijfwachten was geweest van de koning van Marokko en dat hij eenmal wereldkampioen en 3 keer euopees kampioen kickboksen was geweest.
Maar dat ik in de Pyreneeën in Spanje landgenoten tegen kwam die hem kenden was wel heel erg toevallig. Het was wel een ontzettend groot contrast die dag om uit een Boedistisch vallei met monnikken, een paar uur later midden tussen politiemensen en millitairen te lopen.
Panillo rij je zo voorbij en als je niet goed oplet rij je dat kleine weggetje voorbij naar de vallei waar je je in Tibet waant.
Vanaf het hoogste punt kijk je de groene vallei in met de typische rood gele gebouwtjes en de rode tempel met gekleurde vlaggetjes.
Met een van de lama's raakten we ook bevriend. Hoewel ik geen Boedhist ben voel ik de serene sfeer en rust die er van de mensen uitging die daar zijn.
Ik ging daar voor het eerst met Agnes (las Tiesas Altas) heen om te mediteren.
Hoewel ze me voorbereid heeft op wat me te wachten stond, raakte ik toch heel erg onder de indruk. De meditatie duurde twee en half uur (in kleermakerszit) en dat vond ik westerling best lang.
Ik raakte al binnen een uur mijn concentratie kwijt.
Mijn oogleden voelden zwaar en sukkeldde ik bijna in slaap totdat er iets bijzonders gebeurde waar ik tot op de dag van vandaag geen verklaring voor kan vinden.
Zelfs nu nog bij het uittikkenvan deze blog krijg ik zo'n gevoel van, ja hoe kan je zoiets nu het best omschrijven...verwondering over iets wat je niet begrijpt.
Mijn handen lagen met de handpalmen omhoog op mijn knieën.
Een warme bries waait naar binnen door de tempel.
Buiten hoor je niets, slechts het monotoon gemurmel en stem en zang van de Lama, en af en toe geklingel van een belletje en met enige regelmaat de grote gong.
Een irritante vlieg lande op mijn linkerhand, op mijn duim. Ik maakte een beweging met die duim om van dat irritante gekriebel af te komen, waarna de vlieg zicht naar mijn rechterduim verplaatste.
Nog steeds geirriteerd door zo'n brutaliteit maakte ik weer een beweging maar nu met mijn rechterduim.
Agnes zat links van me maar was zo in de meditatie opgegaan dat ze niets merkte.
De vlieg vloog weer op en lande weer terug op mijn linkerduim.
Tot nu toe kan het toeval zijn, een ongelukje zeg maar, maar toen het vervolgens weer naar mijn rechterduim terugvloog, heeft de rotvlieg (rot in eerste instantie dan omdat de vlieg mij irriteert) mijn volledige aandacht.
Na een half uurtje spelen met de vlieg, die inmiddels in achting was gestegen, probeerde ik de aandacht te trekken van Agnes om haar dit wonder te laten zien, maar Agnes heeft continu haar ogen op meditatie modus en ziet niks, dus zijn de vlieg en ik op elkaar aangewezen. die pendelde gedurende de meditatie ongestoord heen en weer van duim naar duim alsof (mijn interpretatie) het mijn aandacht wil trekken en met mij wil communiceren.
Nu moet ik wel erbij zeggen dat sinds ik Agnes heb leren kennen en de mensen met wie zij omgaat, ik vanuit een heel ander perspectief naar de wereld kijk.
Ik sla sindsdien dus ook geen vliegen of muggen dood, zelfs niet als ze irritant doen of ontwijk kruipende rupsen en slakken die mijn pad kruisen.
Van Jaca naar las Tiesas Altas, een rit met scherpe bochten trap ik 's nachts vaker op de rem omdat er plotseling een vos of konijn de weg oversteekt of een slang de weg overkruipt, met alle risico's van dien. In het restaurant en de herberg vind je ook geen insectendoders.
Een vlieg kan wel eens je gereincarneerde opa of oma zijn legde ze me uit. Zelfs kaarsen knijp ik tegenwoordig uit, nadat Agnes me vertelde dat als je kaarsen uitblaast je je levensadem feitelijk verbrand. Agnes is een bijzondere vrouw, Francaise van oorsprong, gescheiden, twee zonen Bruno en Nick en al lang wonend in Spanje.
Bruno is overigens een bekende Spaanse snowboarder, enkele malen wereldkampioen en bekend van de sprite-reclame (jump vanuit helicopter op een berghelling in Peru).
Nick is meer een levensgenieter en blowt skieend of-piste in de bergen rond Aisa.
Ik ben wel eens met Nick meegeweest, maar hij was onnavolgbaar, kent elke rots onder de sneeuwbulten natuurlijk, en heeft ook iets van een kamikazeachtige stunt piloot zoals hij de berghellingen nam en altijd met zijn hond.
Het fijne van deze mensen is dat ze echt zijn en dat voelt heel goed.
We geven elkaar dan ook geen hand maar een flinke hugg, een omhelzing dat warmer aanvoelt dan zo'n handje die eigenlijk bedoelt is om mensen op afstand te houden.
Dan nog de gradaties van slap handje, knijp handje, zweethandje en stijf en duwhandje (angsthandje).
Nee met Bruno, Agnes, Nick, Manolo Jose Michuel is er geen sprake van valse schaamte maar geven we elkaar warme knuffels, oprechte blijdschap dat we elkaar weer zien.
Wat dat betreft mis ik dit als ik weer een tijdje in Nederland ben. Agnes zag ik voor het laats in 2002, vlak voordat ze verongelukte op de weg van Jaca naar Pamplona.
Ik was toen al terug in Nederland toen ik het bericht hoorde en dacht aan het jaar daarvoor toen ik daar ook toevallig was in de winter.
Ze was onderweg van Frankrijk naar huis en gleed door gladheid aan de Franse kant van de Pyreneeën van de weg een ravijn in die gelukkig niet diep en steil was.
Haar auto was total loss en lag half onder water in een rivier.
Agnes was de dans toen ontsprongen dacht ik (heeft alleen kneuzingen en nat pak) maar het was haar tijd blijkbaar nog niet en ze had even respijt gehad omdat ze waarschijnlijk nog iets moest betekenen, iets van waarde voor haar omgeving of misschien naasten.
Met haar in de buurt is het net alsof ze continu op een prettige manier stoned is terwijl ze niet rookt en drinkt. Altijd positief ingesteld en ontzetten veel geduld.
Ik herinner me een keer dat ik op bezoek was bij drie jongens die daar geplaatst waren in het kader van het re-socialiseringsprogramma.
De jongens waren alle drie in de leeftijd van 13 tot 14 jaar en mochten Agnes meehelpen in het restaurant. Het trio kreeg plotseling ruzie met elkaar over het tafeldekken (ik stond toevallig in de hal) en hoorde ik plotseling heel veel kabaal en het geluid van borden en glazen die tegen de grond gingen. Het duurde slechts een paar seconden maar het leed was al geschied.
Toen ik binnen kwam was het een ravage en dat allemaal voordat het restaurant openging.
Agnes die in de keuken stond, kwam ook al aangelopen. Ik zag haar nog in de deuropening staan, verbaast (niet eens boos of kwaad) en hoorde haar nu nog jaren later de de gevleugelde vraag stellen"what happened?"
De jongens waren verbouwereerd en hadden iets totaal anders verwacht. Meer zei ze ook niet en ging direct aan het opruimen en de jongens?
Die hielpen ongevraagd en berouwvol vol mee zonder ook een woord te zeggen tegen elkaar. Maar in dat zelfde jaar was er ook iets anders voorgevallen waardoor ik aangeslagen raakte.
Nadat de drie jongens terug waren naar Nederland heb ik Tomas een reintegratieclient bij Agnes geplaatst. Een man van 46jr. en (soft) drugsverslaafd.
Een afkickprogramma in Spanje van een 4 maanden en daarna transfer naar Indonesie voor vervolgtraject. Ik heb met Agnes het programma besproken en een tijdpad uitgezet.
Tussentijds kwam ik een paar keer langs om te kijken hoe het gaat en zoals verwacht in zo'n prachtige omgeving met liefdevolle mensen omheen ging het heel goed en boven verwachting zelfs.
De derde maand kwam ik nog een keer langs om Tomas op de hoogte te stellen wat de volgende stappen zijn.
Het was tegen lunchtijd dat ik de grens passeerde bij Col du Somport en Candanchu maar ik verkoos om eerst naar het huis te rijden in Sinues die ik al enkele jaren huurde in een klein dorpje tussen Las Tiesas Altas en Aisa.
Sinues ligt boven op een heuvel en vanaf de tuin kijk je het dal in met op de achtergond in de verte het iets grotere dorpje Aisa en direct daarachter de witte bergpieken.
Ik heb me voorgenomen om dit niet te vaak te doen (staren naar de horizon) want dan raak ik gehypnotiseerd en gevangen door deze ydillische schouwspel van natuurlijk schoon en de rust die het uitstraalt.
Deze weg van Jaca richting Las Tiesas Altas en Sinues is een bergopwaarts doodlopende weg die aan de voet van de berg ophoud op enkele kilomers na Aisa. Net voorbij Las Tiesas voordat ik afsloeg naar boven richting Sinues reed d e auto van Agnes me in tegengestelde richting voorbij en in een flits zag ik Tomas achter het stuur met Agnes aan de passagierskant. Tomas achter het stuur?
Die heeft helemaal geen rijbewijs.
Ik mijn spiegeltje zag ik de remlichten branden van Agnes haar auto, ik stond stond toen al lang stil en reed achteruit naar hun toe en stapte uit. het was Agnes die als eerste uit stapte en vervolgens Tomas.
Hij lachte en ik ook trouwens (wat allemaal niet kan hier). Agnes glimlachte toen we elkaar omhelsden, maar ik zag direct dat er iets was.
Ik vroeg Tomas of ik even met Agnes onder vier ogen kan praten.
Weer zo'n verstilde moment zeg ik maar als al die momenten die je altijd bij zullen blijven want ik zie ons nog staan, langs de kant van de weg in de brandende zon. Agnes leunde met haar rug tegen de auto en ik stond ernaast op de berm.
We keken elkaar enkele seconden alleen maar aan en toen deed ze haar zonnebril af en zei: "I dont understand you" en dan " Tomas zou tot na het hoogseizoen hier blijven om mee te helpen in de zaak en nu moet hij plotseling terug".
Ik reageerde er niet direct op maar keek Agnes met een vragende blik aan.
In al die jaren dat wij elkaar kennen, hebben we elkaar nog nooit een verwijt gemaakt en dit klonk echt als een verwijt.
Ik was aangeslagen, ontdaan, geschrokken maar vooral verdrietig maar reageerde nog steeds niet en toen.... "You have a dark side" zei ze zachtjes en nog steeds voor zich uit starend in het niets.
Ik antwoorde, haar opmerking negerend, dat ik later op de avond dit met maar zal bespreken.
Boven in Sinues nadat ik vermoeid van de rit van 14 uren van Nederland naar Spanje op bed lag om bij te komen, galmden Agnes haar woorden nog na in mijn hoofd.
Wat bedoelt ze nu? Ze wist toch dat Tomas slechts vier maanden in Las Tiesas Altas zou verblijven en dan vervolgens door naar Indonesie.
Later hoorde ik van mijn broer Paul die in Jaca woont, waarom Agnes zo reageerde op mij.
Agnes was verliefd op Tomas geworden.
Er is een dilemma ontstaan waarin mijn geweten zwaar op de proef werd gesteld.
Paul zei dat de lat-relatie van Manolo en Agnes door de ontluikende verliefdheid op Tomas aan het wankelen is gebracht.
Volgens Paul was er nog niks aan de hand, ze vonden elkaar nog gewoon leuk, maar dat duurt niet lang meer.
Manolo is een vriend van me maar Agnes ook en met Tomas ging het uitstekend.
Moet ik zijn plaatsing verlengen in Las Tiesas Altas of volgens plan doorzetten naar Indonesie, wetende dat een eventuele verlenging betekent een nieuw bestaan opbouwen in Spanje met 100% slagingskans? (met alle konsekwenties van dien voor het programma in Indonesie, tickets waren al geboekt financiele afspraken gemaakt met het netwerk op locatie op de Molukken).
De druk die Agnes legde op onze jarenlange vriendschap ervaar ik als erg ongemakkelijk maar ik was helemaal niet boos en begreep haar en de situatie.
Agnes volgde haar hart en ik mijn geweten. Die avond zag ik Manolo maar heel kort en dat is al een veeg teken.
Antonio
Op mijn zwerftocht in de Pyreneeën heb ik tussen 1990 en 2006 zeer waardevolle vrienden aan over gehouden.
Ik kwam ook terecht in Castilsabas, een spookdorp iets buiten Huesca.
Voor zover ik weet waren maar twee huizen van bewoond waarvan eentje door een Nederlander die door mijn vriend Antonio 'de vogelman' wordt genoemd.
Volgens Antonio woonde de man al ruim twintig jaar in het dorp dat op een heuvel is gebouwd en aan de noordkant uitkeek tegen de bergpieken en het dal aan de zuidkant.
Er was iets geheimzinnigs met de man aan de hand, want hij liet zich nooit zien en een keer in het jaar schijnt hij bezoek te krijgen van een iemand uit Nederland.
Om in het dorp Castilsabas te komen moet je eerst vanuit de richting Jaca door Huesca rijden richting Barbastro de weg naar Barcelona.
Op 6 km afstand van Huesca zie je aan de linkerkant boven op een heuvel het kasteel waarachter Castilsabas ligt op de route van Vaddielo een prachtig gebied voor sportklimmers.
De weg loopt daar ook dood, maar om die route te kunnen rijden moet je geen last hebben van hoogtevrees want de weg is smal en op sommige plekken waren geen vangrails.
Antonio leerde ik kennen via de Berggidsen Angel en Flor. Antonio heeft een accommodatie die vaak door Franse klimmers werden afgehuurd, maar hij is niet zo erg te spreken over de Franse bezoekers in dit gebied die altijd hun eigen boodschappen meenemen en bijna nooit gebruik maken van de lokale kleine winkeltjes.
Zelf woont hij in Huesca in een appartement met zijn vrouw Antonia en twee kinderen Tomas en Anna. We reden na de eerste kennismaking in Huesca achter hem aan voorbij het kasteel Castilsabas waar het dorpje naar genoemd is en voor de ingang van het dorpje staat een stenen gebouw dat in de verte op een grote schuur leek, maar van binnen een prachtige ruimte met een geweldig grote open haard.
Het zag er allemaal basic uit, en robuust. De accommodatie is net als de meeste huizen in deze regio tegen een heuvel gebouwd.
Aan de noordkant kan je heel in de verte op 9 km afstand een ander dorpje zien, ook tegen een berghelling gebouwd.
Sta. Eulalia la Mayor, daar heeft Antonio naar later bleek een tweede huisje die meer dan 150 jaar oud blijkt te zijn. Een huisje van generaties van zijn familie, waar midden in de keuken op de grond een ijzeren plaat ligt waar je hout op kan gooien om vuur te maken om te koken en daarboven een gat in het dak als afvoer voor de rook.
Als ik nu weer terugdenk aan zulke plekken als deze dan krijg ik weer zo'n heimwee gevoel.
Castilsabas is een prachtige locatie om te wonen als je het zat bent van de drukte om je heen.
Het zicht is adembenemend mooi. In de zomermaanden, 's nachts zat ik vaak buiten naar het dak van de hemel te kijken waar werkelijk waar miljarden sterren de vallei en de heuvels verlichten.
Het is ook nooit donker en 's winters ziet de omgeving er nog adembenemender uit dat niet te beschrijven valt.
Er zijn nog heel veel van zulke plekjes, bijv. het dorpje Sinues en iets verderop Aisa (in mijn andere blogbericht) en elk met hun eigen charmes.
Wat Castilsabas bijzonder maakt is de ligging, die net zoals het dorpje Sinues aan een doodlopende weg van het klimgebied Vadielo ligt waar een stuwmeer de stad Huesca de de omliggende plaatsen van water voorziet.
Antonio heeft boven de accommodatie een etage met een eigen ingang waar hij een atelier heeft en o.a. klimgrepen ontwerpt en maakt voor indoorklimwanden.
Hij is een introverte persoon die niet gemakkelijk contact maakt.
Dit komt ook natuurlijk omdat hij geen woord Engels spreekt dus zijn we aangewezen op de Spaanse taal die ik nog niet goed beheers.
Een verblijf in de Pyreneeën betekent ook alle locaties en vrienden bezoeken en naarmate de jaren verstrijken is het netwerk zo uitgebreid dat ik echt minimaal twee tot drie weken moet blijven om alle locaties te bezoeken en de mensen te spreken.
Met enkelen raak ik heel goed bevriend en ieder van hun heeft een geschiedenis die hun ook weer bijzonder maakt.
Dat is met Antonio ook het geval. Ik was er nooit achter gekomen als ik niet dwalend in zijn atelier om de producten te bekijken een aantal boeken tegenkwam waarvan eentje uitgegeven door de gemeente Huesca. Bladerend in dit fotoboek zag ik foto's over de omgeving en het gebied rond Huesca en Sierra de Guara. Mijn oog viel plotseling op de naam Antonio Noguez tussen acht andere namen.
Ik riep Antonio en wees naar de naam in het boek en vroeg lachend of het familie is.
Antonio keek me ook al lachend aan en zei dat ben ik. Ik keek hem onderzoekend aan want Antonio zou niet zo gauw het initiatief nemen voor humor, maar hij bleef me aankijken.
Dan vroeg ik hem twijfelend, ben jij dit echt? en bestudeerde de foto nogmaals waar 9 mannen in klimuitrusting en helmen staan.
De foto is gemaakt in een grot onder de grond. Antonio nam het boek in zijn handen en bladerde naar de eerste pagina waar dezelfde groep op staat in gewone casual kleren en met een aantal mensen in pak. Antonio zei dat die mensen de burgemeester en ambtenaren waren die Antonio en de anderen hebben uitgenodigd voor een onderscheiding.
Antonio bleek jaren geleden ook een passie te hebben voor de bergsport alleen is hij meer gespecialiseerd in speleologie.
Voor de gemeente Huesca hebben ze (die 9 op de foto waren vrienden van elkaar) alle grotten in de provincie en in Sierra de Guara onder de grond in kaart gebracht en op de foto gezet.
Het was nog in een tijd waarin ze met carbidlampen op hun helmen onder de grond gingen.
Ik herinnerde ogenblikkelijk zo'n helm in het atelier die mij eerder was opgevallen toen ik de eerste keer in zijn atelier was, liep er naar toe en pakte het op.
Ik zie Antonio nu nog zo staan want zijn blik werd gegrepen als het ware door de helm die ik in mijn hand had. Antonio bleef naar de helm kijken ondertussen zijn hand uitstekend om het aan te pakken.
Het is dezelfde stilte, bedacht ik me opeens, op momenten die bijzondere gebeurtenissen voorgoed in mijn geheugen hebben gegrift, zoals met Josan en Mosky, Manolo, Jose Miguel en nog een aantal anderen op locaties en in landen waar ik geweest ben, bijzondere mensen die mijn pad gekruist hebben.
Als rotstekeningen die heel lang bewaard en geconserveerd blijven, maar ook als ankers in situaties waarin ik het vertrouwen in mij zelf dreig te verliezen in een vijandige omgeving waar geld en macht een belangrijke rol vervullen in het leven van alle dag.
Ieder heeft zijn eigen verhaal, en Antonio heeft een verhaal, alleen heeft hij tijd nodig om dat te vertellen. Ik bleef een afwachtende houding aannemen en zei ook verder niks meer.
Dan liep Antonio plotseling met de helm nog steeds in zijn hand naar een tafel en legt de helm heel voorzichtig neer alsof het breekbaar is en wenkte me om te gaan zitten.
Uit een kast pakte hij een fles rode wijn en twee glazen, trok de kurk los en schenkt de glazen in. Uit zijn tas haalde hij een stokbrood, kaas en Spaanse worst.
In de tijd dat hij hiermee bezig was is er ook geen woord tussen ons gewisseld. Voor mijn gevoel stond de tijd even stil want dit soort momenten kom je only a few times in your life tegen en zijn magisch. Het zijn die kruispunten in je leven en waar je bijzondere mensen ontmoet.
We hebben samen gegeten, beide in gedachten verzonken.
Antonio reed later weg zonder dat we het nog over de helm gehad hebben.
Dat kwam pas bij mijn volgende bezoek in het zelfde jaar aan Castilsabas.
Hij kwam 's morgens langs en vroeg of ik die avond samen met hem en zijn vrouw wil eten in hun huisje in Sta. Eulalia. Die avond rond het 'vuur' in de keuken hoorde ik pas het verhaal van de gele helm.
Dezelfde groep als op de foto was bezig met het in kaart brengen van grotten in de omgeving van de Gorgas Negras. Ik wist niet tot ik dit verhaal hoorde dat daar grotten waren.
De Gorgas Negras is een canyon waar ik heel veel respect voor heb, heel zwaar en heel spectaculair om te doen en ook heel mooi.
Antonio vertelde het ik kaart brengen van grotten heel zwaar was.
Niet zelden verblijven ze soms twee tot drie dagen onder de grond, kruipend door nauwe gangen of spleten en afdalingen in diepe schachten.
Tijdens zo'n tocht werd de groep vrienden overvallen door opkomend water.
Antonio heeft zichtbaar moeite met vertellen. Ze hoorden toen ze op de terugweg naar boven waren in de verte het bulderen van water dat zich door de nauwe ruimtes raast.
Aqua!! riep een van hun waarna ze rennend voor zover dat kan, hurkend en kruipend het water voor proberen te blijven.
Antonio en vijf anderen konden ternauwernood aan het stijgende water ontkomen en uit de gangenstelsels ontsnappen, maar voor drie van hun werd deze tocht noodlottig.
Ze waren ook nooit teruggevonden. Slechts de gele helm die een van hun droeg werd teruggevonden.
Er is ook een Antonio uit Sabinanigo met wie ik tot heden een warme vriendschappelijke band onderhoud, die een zware last met zich mee draagt.
Antonio heeft een bijnaam, Mosky.
Ik leerde hem in dezelfde tijd kennen als Angel, Floor (Eco Tur) , Josan, Roxanne en Alfredo (Milorcha).
Ze waren altijd met z'n tweeen, maar de naam van zijn vriend ben ik even kwijt op dit moment.
Beide waren Alphinisten hebben de Himalaya een aantal keren beklommen en ook de beruchte K-2.
Een zeer relaxte persoon, altijd met een glimlach op zijn gezicht, maar een zeer ervaren klimmer.
Ik heb met Mosky ook een paar keer de Gorgonchon gedaan met groepen, maar ik herinner me de eerste keer in deze smalle canyon, dat mij opviel dat er een bundeltje touw aan zijn klimgordel hing.
Wij gebruikten geimpregneerde touwen van 12mm dikte.
Nieuwsgierig geworden, omdat het niet, voor mij niet althans, bekend voorkwam bij een abseil en klimuitrusting, vroeg ik Mosky waartom hij dat bundeltje touw bij zich had.
Hij lachte en zei dat hij het altijd bij zich had voor noodgevallen.
Ik zei tegen Mosky dat dit touw slechts 6mm dik was en ik zelfs in een noodgeval niet op dat stukje touw vertrouw. waarop hij mij verbaast aan keek alsof ik van mars kwam en zei dat je er geen val vanaf 6 meter mee kan breken maar in alle andere gevallen van nut kan zijn en zelfs eraan kan hangen en korte abseils mee kan doen als het moet.
Bij een andere klim van St Juan de la Pena ook wel El Rocka genoemd (De Rots) en met een behoorlijke steile klim zonder touwen, liep Mosky voorop.
Met zijn rank postuur en geen grammetje vet aan zijn lichaam springend van rots naar rots leek hij net een berggeit. Af en toe draaide hij zich om en keek naar beneden waar we bleven en lachte.
Het is zo'n lachje dat leedvermaak uitstraalde waarop ik aan hem vroeg waarom.
Mosky klom naar beneden keek naar onze zware bergschoenen en schudde zijn hoofd en toen pas viel het me op dat hij zelf op blote voeten in leren sandaaltjes de Rots aan het beklimmen was.
De manier waarop Josan keek (glazig) en hoe hij het zei (verwondering en verdriet) zal ik nog lang met me mee dragen. In slechts een fractie van een seconde veranderde de wereld opeens in een tijdelijke habitad die wij mensen slechts in bruikleen hebben, maar er een zooitje van gemaakt hebben.
Milorcha.
Voor Josan werkte ik veel samen met organisatie Milorcha een groep gidsen uit, Barbastro en Ainsa, van wie Alfredo en Roxanne door hun charismatische uitstraling en autoriteit op het gebied van bergsport het meest in het oog springt.
Rond deze groep hing een geheimzinnige sfeer en ik kon in het begin er maar niet achter komen wat het nu precies was.
We werkten vanaf 1990 tot 1995 samen. Roxanne zag er niet bepaald uit als het type berggids want met lang zwart krullend haar en superslanke verschijning zag de Spaanse eruit alsof ze op het punt staat over een minuut de catwalk op te lopen.
Zelfs in haar klimoutfit zag ze er uit als door een ring te halen.
Toen ik een keer in de ontmoetingsplaats en cantina annex briefingruimte van El Puente aan Alfredo vroeg waar Roxanne is, lacht hij en zei : "Yes she is always beautifull" Maar dat vroeg ik niet zei ik tegen hem, "I know" was zijn antwoord.
Roxanne heeft een veelvoud aan prijzen gewonnen met sportklimmen, nationaal en internationaal.
Zowel Roxanne als Alfredo hangen (met hun mooie actiefoto's met handtekening en bijschrift (For Fina) aan de Wall of Fame van de cantina van Fina in Camp El Puente.
De gidsen organisatie waar Alfredo en Roxanne onder vallen, verhuisde later van Barbastro naar Ainsa ( de "koude" canyons, spectaculairder, hogere afsprong in het water en diepere abseils) noordelijker en ver buiten de Sierra, in de hight pyrenees en dichter bij het koude ijsmeltwater (twee delig 5 mm neopreen pakken).
Volgens iemand die de groep en organisatie kende, waren ze gelinkt aan de politieke organisatie ETA in Noord Spanje.
Ik heb zo mijn twijfels voor deze verklaring, maar de sfeer van geheimzinnigheid blijft natuurlijk.
Je hoorde hen ook nooit in discussie gaan met anderen, ze zijn altijd bij elkaar en praten nooit over actuele dingen die de krant gehaald hebben.
Ze deden gewoon waarvoor ze ingehuurd werden en verder niks , waar andere berggidsen zich suf socialiseerden en netwerken in de bergsportwereldje, trokken zij zich terug of bleven nooit nazitten na evaluaties of briefings.
In dit gebied waren wel symphatiesanten actief getuige de muurschilderingen en de ETA teksten op groene containers.
Een (auto-) bomaanslag gericht op de nabijgelegen kazerne in Huesca vlakbij de supermarkt waar wij altijd boodschappen deden was het enigste wapenfeit van deze groep die ik meegemaakt heb in al die jaren.
Het viel me ook al op dat in deze regio (tussen Ainsa en Pamplona) heel veel groen witte auto's van de Guardia de Civil rondreden en als je deze agenten lopend tegen kwam dan zie je ze ook nooit lachen of vriendelijk groeten.
Ze kijken je alleen streng, vorsend en onderzoekend aan.
Ik ken een instructeur van de Guardia de Civil die in Jaca gelegerd is.
Een zeer ervaren klimmer die gespecialeerd is in bergreddingsoperaties vanuit helicopters. Manolo, eind veertig ken ik via Agnes, zijn vriendin de eigenaresse van Las Tiesas Altas een vegetarisch restaurant annex herberg stijl jeren zestig. Agnes hing de Boedisthische leer aan.
Het heeft lang geduurd voordat Manolo toegankelijker wordt in de omgang en uit zichzelf iets uit zijn priveleven vertelde.
Niemand in zijn naaste omgeving praat over het beroep of functie van Manolo.
Hij woont in een klein dorpje net buiten Jaca, maar heeft op de kazerne een kamer voor doordeweekse dagen als hij moet werken.
Pas maanden later, nadat wij elkaar beter hadden leerden kennen, vertelde hij me dat alle personeel van de Guardia de Civil met name de officieren geinstrueerd werden om zich zo onopvallend mogelijk te verplaatsen en vooral voorzichtig in de omgang met vreemden.
Dit ivm aanslagen en ontvoeringen op millitairen en politiemensen.
Jaca grenst zo'n beetje aan Baskenland en telt een aantal opleidingskampen voor politie en millitairen.
Het wemelt er ook van groene uniformen in het doorgaans toeristische plaatsje.
Als er roadblogs opgeworpen worden en je auto wordt binnenste buiten gehaald, dan is het niet omdat ze een oefening hielden.
Je wordt zonder dat je het weet op enkele kilometers ervandaan gespot en misschien als verdacht beschouwd.
Ze zijn altijd gewapend en hun wapens dragen ze schietklaar bij zich.
Na enkele jaren in de stad Jaca en omgeving went het wel. Ik heb ooit een keer in de buurt van Graus (richting Ainsa en Frankrijk) met Manolo afgesproken.
Ze waren daar op oefening in de bergen en omdat ik toevallig ook in Panillo moet zijn (op de route) kwam ik 's avonds (na lang zoeken) langs hun kamp.
Manolo stelde me voor aan zijn collega officieren en drie Marokkaanse politiemensen die ook deelnamen aan die oefening in het kader van een uitwisseling.
We raakten in gesprek over Marokko en wat ik in Spanje deed.
Ik vertelde hem dat ik samen met een Marokkaanse kennis een locatie voor jongeren met probleemgedrag ga opzetten in Marokko.
Ik vertelde de achtergrond van Hassan waarna ze plotseling zeiden dat ze menen te weten wie dat is.
Van Hassan wist ik dat hij een van de lijfwachten was geweest van de koning van Marokko en dat hij eenmal wereldkampioen en 3 keer euopees kampioen kickboksen was geweest.
Maar dat ik in de Pyreneeën in Spanje landgenoten tegen kwam die hem kenden was wel heel erg toevallig. Het was wel een ontzettend groot contrast die dag om uit een Boedistisch vallei met monnikken, een paar uur later midden tussen politiemensen en millitairen te lopen.
Panillo rij je zo voorbij en als je niet goed oplet rij je dat kleine weggetje voorbij naar de vallei waar je je in Tibet waant.
Vanaf het hoogste punt kijk je de groene vallei in met de typische rood gele gebouwtjes en de rode tempel met gekleurde vlaggetjes.
Met een van de lama's raakten we ook bevriend. Hoewel ik geen Boedhist ben voel ik de serene sfeer en rust die er van de mensen uitging die daar zijn.
Ik ging daar voor het eerst met Agnes (las Tiesas Altas) heen om te mediteren.
Hoewel ze me voorbereid heeft op wat me te wachten stond, raakte ik toch heel erg onder de indruk. De meditatie duurde twee en half uur (in kleermakerszit) en dat vond ik westerling best lang.
Ik raakte al binnen een uur mijn concentratie kwijt.
Mijn oogleden voelden zwaar en sukkeldde ik bijna in slaap totdat er iets bijzonders gebeurde waar ik tot op de dag van vandaag geen verklaring voor kan vinden.
Zelfs nu nog bij het uittikkenvan deze blog krijg ik zo'n gevoel van, ja hoe kan je zoiets nu het best omschrijven...verwondering over iets wat je niet begrijpt.
Mijn handen lagen met de handpalmen omhoog op mijn knieën.
Een warme bries waait naar binnen door de tempel.
Buiten hoor je niets, slechts het monotoon gemurmel en stem en zang van de Lama, en af en toe geklingel van een belletje en met enige regelmaat de grote gong.
Een irritante vlieg lande op mijn linkerhand, op mijn duim. Ik maakte een beweging met die duim om van dat irritante gekriebel af te komen, waarna de vlieg zicht naar mijn rechterduim verplaatste.
Nog steeds geirriteerd door zo'n brutaliteit maakte ik weer een beweging maar nu met mijn rechterduim.
Agnes zat links van me maar was zo in de meditatie opgegaan dat ze niets merkte.
De vlieg vloog weer op en lande weer terug op mijn linkerduim.
Tot nu toe kan het toeval zijn, een ongelukje zeg maar, maar toen het vervolgens weer naar mijn rechterduim terugvloog, heeft de rotvlieg (rot in eerste instantie dan omdat de vlieg mij irriteert) mijn volledige aandacht.
Na een half uurtje spelen met de vlieg, die inmiddels in achting was gestegen, probeerde ik de aandacht te trekken van Agnes om haar dit wonder te laten zien, maar Agnes heeft continu haar ogen op meditatie modus en ziet niks, dus zijn de vlieg en ik op elkaar aangewezen. die pendelde gedurende de meditatie ongestoord heen en weer van duim naar duim alsof (mijn interpretatie) het mijn aandacht wil trekken en met mij wil communiceren.
Nu moet ik wel erbij zeggen dat sinds ik Agnes heb leren kennen en de mensen met wie zij omgaat, ik vanuit een heel ander perspectief naar de wereld kijk.
Ik sla sindsdien dus ook geen vliegen of muggen dood, zelfs niet als ze irritant doen of ontwijk kruipende rupsen en slakken die mijn pad kruisen.
Van Jaca naar las Tiesas Altas, een rit met scherpe bochten trap ik 's nachts vaker op de rem omdat er plotseling een vos of konijn de weg oversteekt of een slang de weg overkruipt, met alle risico's van dien. In het restaurant en de herberg vind je ook geen insectendoders.
Een vlieg kan wel eens je gereincarneerde opa of oma zijn legde ze me uit. Zelfs kaarsen knijp ik tegenwoordig uit, nadat Agnes me vertelde dat als je kaarsen uitblaast je je levensadem feitelijk verbrand. Agnes is een bijzondere vrouw, Francaise van oorsprong, gescheiden, twee zonen Bruno en Nick en al lang wonend in Spanje.
Bruno is overigens een bekende Spaanse snowboarder, enkele malen wereldkampioen en bekend van de sprite-reclame (jump vanuit helicopter op een berghelling in Peru).
Nick is meer een levensgenieter en blowt skieend of-piste in de bergen rond Aisa.
Ik ben wel eens met Nick meegeweest, maar hij was onnavolgbaar, kent elke rots onder de sneeuwbulten natuurlijk, en heeft ook iets van een kamikazeachtige stunt piloot zoals hij de berghellingen nam en altijd met zijn hond.
Het fijne van deze mensen is dat ze echt zijn en dat voelt heel goed.
We geven elkaar dan ook geen hand maar een flinke hugg, een omhelzing dat warmer aanvoelt dan zo'n handje die eigenlijk bedoelt is om mensen op afstand te houden.
Dan nog de gradaties van slap handje, knijp handje, zweethandje en stijf en duwhandje (angsthandje).
Nee met Bruno, Agnes, Nick, Manolo Jose Michuel is er geen sprake van valse schaamte maar geven we elkaar warme knuffels, oprechte blijdschap dat we elkaar weer zien.
Wat dat betreft mis ik dit als ik weer een tijdje in Nederland ben. Agnes zag ik voor het laats in 2002, vlak voordat ze verongelukte op de weg van Jaca naar Pamplona.
Ik was toen al terug in Nederland toen ik het bericht hoorde en dacht aan het jaar daarvoor toen ik daar ook toevallig was in de winter.
Ze was onderweg van Frankrijk naar huis en gleed door gladheid aan de Franse kant van de Pyreneeën van de weg een ravijn in die gelukkig niet diep en steil was.
Haar auto was total loss en lag half onder water in een rivier.
Agnes was de dans toen ontsprongen dacht ik (heeft alleen kneuzingen en nat pak) maar het was haar tijd blijkbaar nog niet en ze had even respijt gehad omdat ze waarschijnlijk nog iets moest betekenen, iets van waarde voor haar omgeving of misschien naasten.
Met haar in de buurt is het net alsof ze continu op een prettige manier stoned is terwijl ze niet rookt en drinkt. Altijd positief ingesteld en ontzetten veel geduld.
Ik herinner me een keer dat ik op bezoek was bij drie jongens die daar geplaatst waren in het kader van het re-socialiseringsprogramma.
De jongens waren alle drie in de leeftijd van 13 tot 14 jaar en mochten Agnes meehelpen in het restaurant. Het trio kreeg plotseling ruzie met elkaar over het tafeldekken (ik stond toevallig in de hal) en hoorde ik plotseling heel veel kabaal en het geluid van borden en glazen die tegen de grond gingen. Het duurde slechts een paar seconden maar het leed was al geschied.
Toen ik binnen kwam was het een ravage en dat allemaal voordat het restaurant openging.
Agnes die in de keuken stond, kwam ook al aangelopen. Ik zag haar nog in de deuropening staan, verbaast (niet eens boos of kwaad) en hoorde haar nu nog jaren later de de gevleugelde vraag stellen"what happened?"
De jongens waren verbouwereerd en hadden iets totaal anders verwacht. Meer zei ze ook niet en ging direct aan het opruimen en de jongens?
Die hielpen ongevraagd en berouwvol vol mee zonder ook een woord te zeggen tegen elkaar. Maar in dat zelfde jaar was er ook iets anders voorgevallen waardoor ik aangeslagen raakte.
Nadat de drie jongens terug waren naar Nederland heb ik Tomas een reintegratieclient bij Agnes geplaatst. Een man van 46jr. en (soft) drugsverslaafd.
Een afkickprogramma in Spanje van een 4 maanden en daarna transfer naar Indonesie voor vervolgtraject. Ik heb met Agnes het programma besproken en een tijdpad uitgezet.
Tussentijds kwam ik een paar keer langs om te kijken hoe het gaat en zoals verwacht in zo'n prachtige omgeving met liefdevolle mensen omheen ging het heel goed en boven verwachting zelfs.
De derde maand kwam ik nog een keer langs om Tomas op de hoogte te stellen wat de volgende stappen zijn.
Het was tegen lunchtijd dat ik de grens passeerde bij Col du Somport en Candanchu maar ik verkoos om eerst naar het huis te rijden in Sinues die ik al enkele jaren huurde in een klein dorpje tussen Las Tiesas Altas en Aisa.
Sinues ligt boven op een heuvel en vanaf de tuin kijk je het dal in met op de achtergond in de verte het iets grotere dorpje Aisa en direct daarachter de witte bergpieken.
Ik heb me voorgenomen om dit niet te vaak te doen (staren naar de horizon) want dan raak ik gehypnotiseerd en gevangen door deze ydillische schouwspel van natuurlijk schoon en de rust die het uitstraalt.
Deze weg van Jaca richting Las Tiesas Altas en Sinues is een bergopwaarts doodlopende weg die aan de voet van de berg ophoud op enkele kilomers na Aisa. Net voorbij Las Tiesas voordat ik afsloeg naar boven richting Sinues reed d e auto van Agnes me in tegengestelde richting voorbij en in een flits zag ik Tomas achter het stuur met Agnes aan de passagierskant. Tomas achter het stuur?
Die heeft helemaal geen rijbewijs.
Ik mijn spiegeltje zag ik de remlichten branden van Agnes haar auto, ik stond stond toen al lang stil en reed achteruit naar hun toe en stapte uit. het was Agnes die als eerste uit stapte en vervolgens Tomas.
Hij lachte en ik ook trouwens (wat allemaal niet kan hier). Agnes glimlachte toen we elkaar omhelsden, maar ik zag direct dat er iets was.
Ik vroeg Tomas of ik even met Agnes onder vier ogen kan praten.
Weer zo'n verstilde moment zeg ik maar als al die momenten die je altijd bij zullen blijven want ik zie ons nog staan, langs de kant van de weg in de brandende zon. Agnes leunde met haar rug tegen de auto en ik stond ernaast op de berm.
We keken elkaar enkele seconden alleen maar aan en toen deed ze haar zonnebril af en zei: "I dont understand you" en dan " Tomas zou tot na het hoogseizoen hier blijven om mee te helpen in de zaak en nu moet hij plotseling terug".
Ik reageerde er niet direct op maar keek Agnes met een vragende blik aan.
In al die jaren dat wij elkaar kennen, hebben we elkaar nog nooit een verwijt gemaakt en dit klonk echt als een verwijt.
Ik was aangeslagen, ontdaan, geschrokken maar vooral verdrietig maar reageerde nog steeds niet en toen.... "You have a dark side" zei ze zachtjes en nog steeds voor zich uit starend in het niets.
Ik antwoorde, haar opmerking negerend, dat ik later op de avond dit met maar zal bespreken.
Boven in Sinues nadat ik vermoeid van de rit van 14 uren van Nederland naar Spanje op bed lag om bij te komen, galmden Agnes haar woorden nog na in mijn hoofd.
Wat bedoelt ze nu? Ze wist toch dat Tomas slechts vier maanden in Las Tiesas Altas zou verblijven en dan vervolgens door naar Indonesie.
Later hoorde ik van mijn broer Paul die in Jaca woont, waarom Agnes zo reageerde op mij.
Agnes was verliefd op Tomas geworden.
Er is een dilemma ontstaan waarin mijn geweten zwaar op de proef werd gesteld.
Paul zei dat de lat-relatie van Manolo en Agnes door de ontluikende verliefdheid op Tomas aan het wankelen is gebracht.
Volgens Paul was er nog niks aan de hand, ze vonden elkaar nog gewoon leuk, maar dat duurt niet lang meer.
Manolo is een vriend van me maar Agnes ook en met Tomas ging het uitstekend.
Moet ik zijn plaatsing verlengen in Las Tiesas Altas of volgens plan doorzetten naar Indonesie, wetende dat een eventuele verlenging betekent een nieuw bestaan opbouwen in Spanje met 100% slagingskans? (met alle konsekwenties van dien voor het programma in Indonesie, tickets waren al geboekt financiele afspraken gemaakt met het netwerk op locatie op de Molukken).
De druk die Agnes legde op onze jarenlange vriendschap ervaar ik als erg ongemakkelijk maar ik was helemaal niet boos en begreep haar en de situatie.
Agnes volgde haar hart en ik mijn geweten. Die avond zag ik Manolo maar heel kort en dat is al een veeg teken.
Antonio
Op mijn zwerftocht in de Pyreneeën heb ik tussen 1990 en 2006 zeer waardevolle vrienden aan over gehouden.
Ik kwam ook terecht in Castilsabas, een spookdorp iets buiten Huesca.
Voor zover ik weet waren maar twee huizen van bewoond waarvan eentje door een Nederlander die door mijn vriend Antonio 'de vogelman' wordt genoemd.
Volgens Antonio woonde de man al ruim twintig jaar in het dorp dat op een heuvel is gebouwd en aan de noordkant uitkeek tegen de bergpieken en het dal aan de zuidkant.
Er was iets geheimzinnigs met de man aan de hand, want hij liet zich nooit zien en een keer in het jaar schijnt hij bezoek te krijgen van een iemand uit Nederland.
Om in het dorp Castilsabas te komen moet je eerst vanuit de richting Jaca door Huesca rijden richting Barbastro de weg naar Barcelona.
Op 6 km afstand van Huesca zie je aan de linkerkant boven op een heuvel het kasteel waarachter Castilsabas ligt op de route van Vaddielo een prachtig gebied voor sportklimmers.
De weg loopt daar ook dood, maar om die route te kunnen rijden moet je geen last hebben van hoogtevrees want de weg is smal en op sommige plekken waren geen vangrails.
Antonio leerde ik kennen via de Berggidsen Angel en Flor. Antonio heeft een accommodatie die vaak door Franse klimmers werden afgehuurd, maar hij is niet zo erg te spreken over de Franse bezoekers in dit gebied die altijd hun eigen boodschappen meenemen en bijna nooit gebruik maken van de lokale kleine winkeltjes.
Zelf woont hij in Huesca in een appartement met zijn vrouw Antonia en twee kinderen Tomas en Anna. We reden na de eerste kennismaking in Huesca achter hem aan voorbij het kasteel Castilsabas waar het dorpje naar genoemd is en voor de ingang van het dorpje staat een stenen gebouw dat in de verte op een grote schuur leek, maar van binnen een prachtige ruimte met een geweldig grote open haard.
Het zag er allemaal basic uit, en robuust. De accommodatie is net als de meeste huizen in deze regio tegen een heuvel gebouwd.
Aan de noordkant kan je heel in de verte op 9 km afstand een ander dorpje zien, ook tegen een berghelling gebouwd.
Sta. Eulalia la Mayor, daar heeft Antonio naar later bleek een tweede huisje die meer dan 150 jaar oud blijkt te zijn. Een huisje van generaties van zijn familie, waar midden in de keuken op de grond een ijzeren plaat ligt waar je hout op kan gooien om vuur te maken om te koken en daarboven een gat in het dak als afvoer voor de rook.
Als ik nu weer terugdenk aan zulke plekken als deze dan krijg ik weer zo'n heimwee gevoel.
Castilsabas is een prachtige locatie om te wonen als je het zat bent van de drukte om je heen.
Het zicht is adembenemend mooi. In de zomermaanden, 's nachts zat ik vaak buiten naar het dak van de hemel te kijken waar werkelijk waar miljarden sterren de vallei en de heuvels verlichten.
Het is ook nooit donker en 's winters ziet de omgeving er nog adembenemender uit dat niet te beschrijven valt.
Er zijn nog heel veel van zulke plekjes, bijv. het dorpje Sinues en iets verderop Aisa (in mijn andere blogbericht) en elk met hun eigen charmes.
Wat Castilsabas bijzonder maakt is de ligging, die net zoals het dorpje Sinues aan een doodlopende weg van het klimgebied Vadielo ligt waar een stuwmeer de stad Huesca de de omliggende plaatsen van water voorziet.
Antonio heeft boven de accommodatie een etage met een eigen ingang waar hij een atelier heeft en o.a. klimgrepen ontwerpt en maakt voor indoorklimwanden.
Hij is een introverte persoon die niet gemakkelijk contact maakt.
Dit komt ook natuurlijk omdat hij geen woord Engels spreekt dus zijn we aangewezen op de Spaanse taal die ik nog niet goed beheers.
Een verblijf in de Pyreneeën betekent ook alle locaties en vrienden bezoeken en naarmate de jaren verstrijken is het netwerk zo uitgebreid dat ik echt minimaal twee tot drie weken moet blijven om alle locaties te bezoeken en de mensen te spreken.
Met enkelen raak ik heel goed bevriend en ieder van hun heeft een geschiedenis die hun ook weer bijzonder maakt.
Dat is met Antonio ook het geval. Ik was er nooit achter gekomen als ik niet dwalend in zijn atelier om de producten te bekijken een aantal boeken tegenkwam waarvan eentje uitgegeven door de gemeente Huesca. Bladerend in dit fotoboek zag ik foto's over de omgeving en het gebied rond Huesca en Sierra de Guara. Mijn oog viel plotseling op de naam Antonio Noguez tussen acht andere namen.
Ik riep Antonio en wees naar de naam in het boek en vroeg lachend of het familie is.
Antonio keek me ook al lachend aan en zei dat ben ik. Ik keek hem onderzoekend aan want Antonio zou niet zo gauw het initiatief nemen voor humor, maar hij bleef me aankijken.
Dan vroeg ik hem twijfelend, ben jij dit echt? en bestudeerde de foto nogmaals waar 9 mannen in klimuitrusting en helmen staan.
De foto is gemaakt in een grot onder de grond. Antonio nam het boek in zijn handen en bladerde naar de eerste pagina waar dezelfde groep op staat in gewone casual kleren en met een aantal mensen in pak. Antonio zei dat die mensen de burgemeester en ambtenaren waren die Antonio en de anderen hebben uitgenodigd voor een onderscheiding.
Antonio bleek jaren geleden ook een passie te hebben voor de bergsport alleen is hij meer gespecialiseerd in speleologie.
Voor de gemeente Huesca hebben ze (die 9 op de foto waren vrienden van elkaar) alle grotten in de provincie en in Sierra de Guara onder de grond in kaart gebracht en op de foto gezet.
Het was nog in een tijd waarin ze met carbidlampen op hun helmen onder de grond gingen.
Ik herinnerde ogenblikkelijk zo'n helm in het atelier die mij eerder was opgevallen toen ik de eerste keer in zijn atelier was, liep er naar toe en pakte het op.
Ik zie Antonio nu nog zo staan want zijn blik werd gegrepen als het ware door de helm die ik in mijn hand had. Antonio bleef naar de helm kijken ondertussen zijn hand uitstekend om het aan te pakken.
Het is dezelfde stilte, bedacht ik me opeens, op momenten die bijzondere gebeurtenissen voorgoed in mijn geheugen hebben gegrift, zoals met Josan en Mosky, Manolo, Jose Miguel en nog een aantal anderen op locaties en in landen waar ik geweest ben, bijzondere mensen die mijn pad gekruist hebben.
Als rotstekeningen die heel lang bewaard en geconserveerd blijven, maar ook als ankers in situaties waarin ik het vertrouwen in mij zelf dreig te verliezen in een vijandige omgeving waar geld en macht een belangrijke rol vervullen in het leven van alle dag.
Ieder heeft zijn eigen verhaal, en Antonio heeft een verhaal, alleen heeft hij tijd nodig om dat te vertellen. Ik bleef een afwachtende houding aannemen en zei ook verder niks meer.
Dan liep Antonio plotseling met de helm nog steeds in zijn hand naar een tafel en legt de helm heel voorzichtig neer alsof het breekbaar is en wenkte me om te gaan zitten.
Uit een kast pakte hij een fles rode wijn en twee glazen, trok de kurk los en schenkt de glazen in. Uit zijn tas haalde hij een stokbrood, kaas en Spaanse worst.
In de tijd dat hij hiermee bezig was is er ook geen woord tussen ons gewisseld. Voor mijn gevoel stond de tijd even stil want dit soort momenten kom je only a few times in your life tegen en zijn magisch. Het zijn die kruispunten in je leven en waar je bijzondere mensen ontmoet.
We hebben samen gegeten, beide in gedachten verzonken.
Antonio reed later weg zonder dat we het nog over de helm gehad hebben.
Dat kwam pas bij mijn volgende bezoek in het zelfde jaar aan Castilsabas.
Hij kwam 's morgens langs en vroeg of ik die avond samen met hem en zijn vrouw wil eten in hun huisje in Sta. Eulalia. Die avond rond het 'vuur' in de keuken hoorde ik pas het verhaal van de gele helm.
Dezelfde groep als op de foto was bezig met het in kaart brengen van grotten in de omgeving van de Gorgas Negras. Ik wist niet tot ik dit verhaal hoorde dat daar grotten waren.
De Gorgas Negras is een canyon waar ik heel veel respect voor heb, heel zwaar en heel spectaculair om te doen en ook heel mooi.
Antonio vertelde het ik kaart brengen van grotten heel zwaar was.
Niet zelden verblijven ze soms twee tot drie dagen onder de grond, kruipend door nauwe gangen of spleten en afdalingen in diepe schachten.
Tijdens zo'n tocht werd de groep vrienden overvallen door opkomend water.
Antonio heeft zichtbaar moeite met vertellen. Ze hoorden toen ze op de terugweg naar boven waren in de verte het bulderen van water dat zich door de nauwe ruimtes raast.
Aqua!! riep een van hun waarna ze rennend voor zover dat kan, hurkend en kruipend het water voor proberen te blijven.
Antonio en vijf anderen konden ternauwernood aan het stijgende water ontkomen en uit de gangenstelsels ontsnappen, maar voor drie van hun werd deze tocht noodlottig.
Ze waren ook nooit teruggevonden. Slechts de gele helm die een van hun droeg werd teruggevonden.
Er is ook een Antonio uit Sabinanigo met wie ik tot heden een warme vriendschappelijke band onderhoud, die een zware last met zich mee draagt.
Antonio heeft een bijnaam, Mosky.
Ik leerde hem in dezelfde tijd kennen als Angel, Floor (Eco Tur) , Josan, Roxanne en Alfredo (Milorcha).
Ze waren altijd met z'n tweeen, maar de naam van zijn vriend ben ik even kwijt op dit moment.
Beide waren Alphinisten hebben de Himalaya een aantal keren beklommen en ook de beruchte K-2.
Een zeer relaxte persoon, altijd met een glimlach op zijn gezicht, maar een zeer ervaren klimmer.
Ik heb met Mosky ook een paar keer de Gorgonchon gedaan met groepen, maar ik herinner me de eerste keer in deze smalle canyon, dat mij opviel dat er een bundeltje touw aan zijn klimgordel hing.
Wij gebruikten geimpregneerde touwen van 12mm dikte.
Nieuwsgierig geworden, omdat het niet, voor mij niet althans, bekend voorkwam bij een abseil en klimuitrusting, vroeg ik Mosky waartom hij dat bundeltje touw bij zich had.
Hij lachte en zei dat hij het altijd bij zich had voor noodgevallen.
Ik zei tegen Mosky dat dit touw slechts 6mm dik was en ik zelfs in een noodgeval niet op dat stukje touw vertrouw. waarop hij mij verbaast aan keek alsof ik van mars kwam en zei dat je er geen val vanaf 6 meter mee kan breken maar in alle andere gevallen van nut kan zijn en zelfs eraan kan hangen en korte abseils mee kan doen als het moet.
Bij een andere klim van St Juan de la Pena ook wel El Rocka genoemd (De Rots) en met een behoorlijke steile klim zonder touwen, liep Mosky voorop.
Met zijn rank postuur en geen grammetje vet aan zijn lichaam springend van rots naar rots leek hij net een berggeit. Af en toe draaide hij zich om en keek naar beneden waar we bleven en lachte.
Het is zo'n lachje dat leedvermaak uitstraalde waarop ik aan hem vroeg waarom.
Mosky klom naar beneden keek naar onze zware bergschoenen en schudde zijn hoofd en toen pas viel het me op dat hij zelf op blote voeten in leren sandaaltjes de Rots aan het beklimmen was.
Mosky zou ik daarna twee jaar achtereen niet meer zien. Fina in kamp El Puente zou me later vertellen dat ze gehoord heeft dat Mosky met twee andere vrienden de K-2 hebben beklommen en een van zijn vrienden voor ze de top hebben gehaald van een bergwand was gevallen.
Toen ik hem weer terug zag, was hij qua postuur nog steeds dezelfde Mosky maar er was geen glimlach meer op zijn gezicht te zien.
Het kost hem duidelijk moeite zag ik, om de oude Mosky houding aan te nemen, toen wij elkaar na lange tijd weer omhelsden.
Mosky kon er niet over vertellen, alleen dat ze hun kameraad achter hebben moeten laten omdat berging van het lichaam onmogelijk was.
Het was een warm weerzien bij een goed glas wijn, maar Mosky, nog steeds in een rouwproces, heeft zichzelf opgelegd nooit meer te gaan klimmen.
Hij verhuisde later van Huesca naar Sabinanigo en begon een sportcentra en een winkeltje met natuurproducten.
Toen ik hem later weer een keer opzocht, spraken we af om een keer de Monte Perdido (3600m) te beklimmen, want dat was nog een oude afspraak die hij gelukkig nog niet vergeten was, maar omdat we het allebei druk hadden was het er nog niet van gekomen. Ik was al lang blij dat Mosky weer wilde gaan klimmen en de bergen in wil gaan. Een goeie reden om hem weer binnenkort op te zoeken.
Toen ik hem weer terug zag, was hij qua postuur nog steeds dezelfde Mosky maar er was geen glimlach meer op zijn gezicht te zien.
Het kost hem duidelijk moeite zag ik, om de oude Mosky houding aan te nemen, toen wij elkaar na lange tijd weer omhelsden.
Mosky kon er niet over vertellen, alleen dat ze hun kameraad achter hebben moeten laten omdat berging van het lichaam onmogelijk was.
Het was een warm weerzien bij een goed glas wijn, maar Mosky, nog steeds in een rouwproces, heeft zichzelf opgelegd nooit meer te gaan klimmen.
Hij verhuisde later van Huesca naar Sabinanigo en begon een sportcentra en een winkeltje met natuurproducten.
Toen ik hem later weer een keer opzocht, spraken we af om een keer de Monte Perdido (3600m) te beklimmen, want dat was nog een oude afspraak die hij gelukkig nog niet vergeten was, maar omdat we het allebei druk hadden was het er nog niet van gekomen. Ik was al lang blij dat Mosky weer wilde gaan klimmen en de bergen in wil gaan. Een goeie reden om hem weer binnenkort op te zoeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)