Enige tijde gelden verscheen in het Elzevier nr.37 van 17 september 2011 een artikel over een corruptieschandaal in Indonesië. De 32 jarige penningmeester Nazaruddin van de regeringspartij Partij Demokrat (de partij van de huidige Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono)bleek betrokken bij een grootscheepse oplichtingszaak met overheidsgelden. Het ging hierbij om tientallen miljoenen dollars die hij samen met zijn handlanger in koffers over de grens probeerde te smokkelen.
Het artikeltje vermeld slechts het topje van de ijsberg over diefstal uit overheidsgelden in Jakarta de hoofdstad van Indonesië waar hooggeplaatste ambtenaren en ministers fraude en corruptie tot kunst hebben verheven. Ik heb het genoegen mogen smaken om de wijze waarop men dit deed van dichtbij te kunnen meemaken. In 2000 was ik aangesteld als projectleider van een fundraising programma voor een mensenrechten organisatie in Indonesië.
In die hoedanigheid maakte ik tussen 2000 en 2006 meerdere reizen naar de hoofdstad van Indonesië en werd ik geïntroduceerd in het netwerk van de upper ten de elite van Jakarta,
tot letterlijk een villa-deur verwijdert van de dochter van wijlen president Soekarno, Megawatti Soekarnoputri.
Megawatti zou korte tijd later tot president worden gekozen.
Ik maakte kennis met het bizarre wereldje van die 5 % die de dienst uitmaken in Indonesië en begreep al snel dat het niet alleen de normaalste zaak van de wereld is maar ook heel simpel om aan miljoenen dollars overheidsgelden te komen als je een goed wijdvertakte netwerk van mensen door alle lagen van de overheid en regering om je heen hebt.
Mensen die feitelijk financieel en dus ook politiek, Indonesië in hun greep houden. Een voorbeeld is het te investeren bedrag voor het uitbetalen van demonstranten die bepaalt hoe groot de omvang van een demonstratie is, waarvan de mensen soms niet weten waarvoor en voor wie ze demonstreren.
Geld opend deuren.
Als men het nodig vind om onrust te zaaien en een oorlog te beginnen, dan kan dat, maar het kost wel wat geld om de juiste netwerken en personen in te schakelen. Afhankelijk van de hoogte van de bedragen (enkele tienduizenden tot een paar ton Amerikaanse dollars,
kan men op deze manier in bepaalde gebieden (waar armoede heerst) brandhaarden kweken.
Een voorbeeld is de zogenaamde religieuze oorlog tussen moslims en christenen in 2000 op de Molukken dat uiteindelijk meer dan tienduizend mensenlevens heeft gekost.
Het netwerk waarin ik via een contactpersoon geïntroduceerd werd was verbazingwekkend klein.
Het was volgens mij ook een een beetje mazzel en geluk, want normaliter zou je via verschillende en meerdere schakels pas in de kunnen doordringen van de elite.
De persoon wiens naam ik niet ga noemen (bekleed nog steeds een positie binnen regeringskringen) is multimiljonair en bezit naar eigen zeggen, negen landhuizen en villa's verspreid over de wereld, waaronder een in Los Angeles en 1 in Duitsland.
Het vermogen is o.a. geërfd van de vader die tijdens de regeerperiode van President Soeharto, brigadegeneraal was en na zijn pensionering presidentdirecteur van een Indonesische multinational.
Generaals krijgen nu eenmaal na hun trouwe diensttijd van de regering hoge posities in de maatschappij en mogen daarnaast hectares land uitzoeken.
Dit doen ze bijvoorbeeld door op een stafkaart de locaties aan te kruizen die nog niet uitgegeven waren en vrij zijn en waar de belangstelling naar uit gaat, waarna ze die vervolgens cadeau krijgen.
Zo'n 'locatie is bijvoorbeeld West Papua.
Enkele generaals zijn dan ook in die provincie de trotse bezitters van grote hectares land en indien gewenst met een berg.
Dit contact (X) zou de sleutelrol moeten vervullen in een fundraising programma die ik Omega heb genoemd. Aan dit programma heb ik als projectleider onder andere (naast andere fundraisingsprogramma's in Irak) tussen 2004 tot en 2006 gewerkt. X was in die tijd voorzitter van de commissie die overheidssubsidies verstrekt aan particuliere projecten die door de verschillende ministeries werden ondersteund.
Op mijn vraag in welke orde van grootte ik moet denken als het gaat om indienen van de projectvoorstellen en of het haalbaar is, kwam als antwoord dat projectaanvragen tot 300.000 dollar door andere medewerkers voor akkoord met een handtekening worden voorzien en dat X 'slechts'
over projectaanvragen boven dat bedrag gaat.
Nu ga ik ook wel kort door de bocht want natuurlijk gaan er formeel hier meer mensen over, maar de positie van voorzitter is in belangrijkheid bepalend of aanvragen gehonoreerd worden of niet.
Feitelijk draait alles om Koninkrijkjes binnen zulke netwerken.
Maar wat me het meest verbaasde is dat deze mensen niet eens met hun ogen knipperen bij het noemen van deze bedragen. tijdens besprekingen of onderhandelingen.
Het is een ander wereld waar je in terecht komt. Ik kom van een leerschool van eerst zien dan pas geloven en liet niets merken van mijn twijfels. Het koste me weinig moeite om mijn houding en spreekstijl aan te passen aan de situatie en de vaak wisselende samenstelling van gesprekspartners.
De Indonesische taal is geen barrière gebleken. Ik sprak van huis al het 'gewone' pasar Maleis en was het een kwestie van leren en goed luisteren.
Bij een afspraak, wat niets met het fundraisingprogramma Omega te maken had en waarvoor ik in Jakarta was, werd mij gevraagd of ik mee wilde.
Gewoon zomaar, maar ook omdat ze de groep niet wilde splitsen of mij allen in de hotelkamer achter wil laten. Ik kleedde me zoals de security groep uit Jakarta in jeans, T-shirt en teenslippers.
Het ging om een stel uit Nederland, een blanke man en een Indonesische vrouw van Molukse origine. Man en vrouw spraken vloeiend het pasar Maleis zoals we in Nederland gewend zijn.
De afspraak werd gemaakt in een Mac Donald restaurant op verzoek van het stel.
Er was hier wat discussie over met de security mensen van de groep omdat we zoveel mogelijk
Amerikaanse bedrijven zoals Hotels en restaurants willen vermijden vanwege het risico van aanslagen (na die op Bali), maar het stel heeft expliciet om deze locatie gevraagd.
Waarschijnlijk logeren ze daar in de buurt of kennen ze de locatie van eerdere bezoeken want ze waren op doorreis naar de Molukken.
Wij waren met vier incl. twee security mensen (Ot en Octo) die altijd aanwezig zijn bij afspraken.
De Mac Donald restaurant zag op dat late tijdstip (het was na 24.00u) verlaten uit voor een miljoenenstad, maar het lag ook een beetje in een buitenring van Jakarta.
Wij waren eerder dan het echtpaar met wie wij hebben afgesproken. Ik kreeg uitdrukkelijk het advies van Louis (woordvoerder) die bij onze groep hoorde en met wie de afspraak gemaakt was, om niets te zeggen omdat ik de taal en het accent zoals ze die in Jakarta spreken niet goed beheers, waardoor ze nieuwsgierig kunnen raken.
Het gesprek ging over een eventuele sponsor voor de politieke organisatie waar wij ook de fundraisingsprogramma voor deden. Een vaag verhaal vond ik en kreeg het idee dat deze mensen alleen uit zijn op informatie.
Af en toe spraken ze Nederlands tegen elkaar om snel iets met elkaar te kunnen overleggen , maar de man was me ook al een tijdje aan het observeren.
Geheel onverwacht vroeg hij wat mijn naam ook alweer was. Ik: Anthony, hij: "je achternaam bedoel ik". Saija zei ik. Oh zei hij Ambon of dorp Aboroe op eiland Haruku.
Ik zei Ambon.
Het waren korte antwoorden waarbij ik zorgvuldig vermeed lange zinnen te maken.
Vervolgens onbeschaamd verder met vragen als waar ik nu woon.
Louis kwam tussenbeide zodat het gesprek zich weer richtte op de zakelijke dingen, maar de man was niet helemaal overtuigd en zei tussen neus en lippen door in het Nederlands tegen zijn partner dat hij vermoed dat ik uit Nederland kom.
Ik deed net alsof ik het niet verstond (Octo, Ot en ik zaten ook een tafel ernaast).
Het gesprek heeft ook geen enkele resultaat opgeleverd want er rolde niks concreets uit.
Ot was tijdens het bewind van oud president Suharto, commandant van een speciale beveiligingsdienst en een elite eenheid die de laatste ring vormde rond de president.
Hij verteld me een keer dat alles binnen een straal van 10 tot 20 m in geval van calamiteiten en de president gevaar liep, zonder onderscheid des persoons geëlimineerd mag worden.
Ik vond hem helemaal het type niet van een beveiligingsagent, klein van postuur, stevig, beetje gezet en vooral zijn humor doet me denken aan een vaderfiguur.
Hij was iets ouder dan mij en was overal waar ik was ook aanwezig. We sliepen op dezelfde kamer en als hij er niet was dan is Octo er, een ex-marinier.
Ik heb het in het begin nooit als gevaarlijk beschouwd omdat alles buiten je gezichtsveld geregeld wordt.
Indonesië ben ik bijvoorbeeld nog nooit op een normale manier binnengekomen.
Het begint al bij aankomst op de airport Soekarno Hatta waar eenmaal uit het vliegtuig mensen van Garuda (nationale vliegmaatschappij) mij onderaan de slurf opwachten.
Langs de immigratiedienst ben ik ook nog ooit langsgelopen, altijd via een aparte uitgang langs het kantoor.
Er was wel een periode geweest die best 'spannend' genoemd kan worden. Dat was in 2001 het jaar waarin president Wahid viel.
Abdurrahman Wahid, ook bekend als Gus Dur. Hij was de vierde president van Indonesië.
Er waren overal demonstraties in de miljoenenstad Jakarta en het advies was binnen te blijven in het hotel.
Ik was met Rain mijn mijn metgezel uit Nederland die vloeiend en accentloos de Indonesische taal beheerst, Ot en David, ook een ex-marinier.
Overal branden lege oliedrums langs de straten en zagen we demonstranten met witte of groene hoofdbanden. Vlak voor het presidentieel paleis was er plotseling een roadblock en zagen we tientallen gewapende agenten staan die de weg versperden.
We hadden een blauwe taxi (meest vertrouwde vervoersbedrijf) genomen met een door het hotel waar wij verbleven, bekende chauffeur.
Het Hotel zelf stond bekend als een locatie waar vaak mensenrechten activisten verblijven en meetings houden. We werden gesommeerd uit te stappen.
Ot zat voorin naast de chauffeur en David, Rain en ik op de achterbank.
We hebben allebei onze paspoorten niet bij ons, in het hotel achtergelaten.
Ot zei "geeft niet stap maar uit"alsof hij dit al had voorzien.
Tegelijk dat we gesommeerd werden om onze handen op de auto te leggen en de benen moeten spreiden, hoorde ik Ot met een stalen gezicht tegen een van de politiemensen zeggen (ondertussen zijn eigen ID-card laten zien) dat wij mensen van de ambassade zijn en vroeg waarom we aangehouden werden.
Ik herinner me een situatie dat ik net een jaar mijn rijbewijs had en na een paar goedgevulde glazen whisky (jeugdzonde die goed afliep) met een kameraad midden in de nacht naar huis reed en vlak voor Assen aangehouden werd.. In die tijd waren er nog geen blaaspijpjes.
Mijn 'co-piloot (Charles) was zo smoor dat hij onderuit in de stoel naast mij half of bijna niets van de aanhouding had gemerkt.
Ik deed het raam open en de alcohol walm viel de agent natuurlijk onmiddellijk op. Zo zegt hij, "jullie hebben h'm wel flink geraakt vanavond" waarop ik heel alert reageerde "ja hij wel daarom rij ik ook". Het was eigenlijk als cynisch bedoelt want ik dacht echt dat ik erbij was en dan kan een grap met een beetje bluf ook wel geen kwaad.
Maar ik mocht verder rijden. Daar ontsnapten we toen aan een bekeuring door een leugen, maar dat was in Nederland (jaren zeventig) en dit is wel een ander land en een andere situatie maar deze agenten zagen er niet bepaald vriendelijk uit.
Ik durfde niet te denken aan de gevolgen van de leugen of bluf van Ot en zag ons al geboeid meegenomen worden, met alle gevolgen van dien.
Maar Ot zag er plotseling niet meer zo onschuldig uit en zijn houding en de manier waarop hij sprak, straalde gezag en autoriteit uit.
De politieofficier durfde de confrontatie van een discussie met Ot niet aan, bood zijn excuses aan en vroeg of we weer in de auto willen plaatsnemen en een andere reisroute willen nemen.
Bij een andere gelegenheid maakte ik mee wat voor angst, met name politiemensen en militairen voor de beruchte veiligheidsdienst hebben of mensen met speciale bevoegdheden zoals Ot die toen had.
Wij hadden een afspraak in Bandung en zouden met de trein reizen maar kregen als advies vooral op tijd liefst een uur van tevoren op station te zijn omdat er vaak lange rijen voor de ticketbalie stonden. Ot keek mij verbaast aan op de hotelkamer toen ik zei dat ik de wekker maar op heel vroeg gaat zetten, alsof hij het niet zo goed begreep wat ik bedoelde.
De volgende ochtend kwamen we op tijd voor de trein maar veel te laat voor de ticketbalie natuurlijk. Ot zei niks liep naar voren keek naar de politieagenten die daar stonden en schoof voor zijn beurt als eerste aan de rij.
Ik dacht aan een flinke rel en opgepakt te worden wegens ordeverstoring, maar Ot gaf geen krimp.
De politieagenten die daar stonden verroerden zich niet en staarden alleen voor zich uit.
Later dacht ik dat het de manier was waarop hij de politiemensen aankeek, minachtend en uitdagend.
Met de treinticket in de hand kwam Ot lachend aangelopen en liepen we samen naar het perron.
Ot zou nog een keer zo'n stunt uithalen maar dat was heel spectaculair.
Het was een gewone routinecontrole waarin auto's gecontroleerd worden en gevraagd naar rij en kentekenbewijs.
Wij zouden naar de bank een paar blokken verwijdert van het hotel.
Ot zat zelf achter het stuur van de auto, geregistreerd op naam van het hotel. Ot stapte uit, liep heel langzaam naar een agent, waarschijnlijk een officier, de hoogste in rang.
Hij keek hem een paar seconden aan en zei iets onverstaanbaars (ik zat in de auto).
De agent zei iets terug zag ik, waarna Ot hem bij z'n oor vastpakte en iets terug zei en liep daarna met een grijns terug naar de auto. Ik denk dat je wel een keer, als je ooit zo'n functie als Ot in het leger hebt gehad ook het lef hebt zo'n stunt uit te halen, maar Ot deed en doet het vaker alsof hij boven alles staat.
Het meest waarschijnlijke is dat Ot nog steeds zijn netwerk heeft bij deze militaire elite eenheid waardoor hij voor niemand bang is.
Bij een ander gelegenheid drie jaren was ik met een groter groep afgereisd naar Jakarta en hadden we een persconferentie in Hotel Indonesia. De binnenlands veiligheidsdienst was getipt waardoor de gereserveerde zaal plotseling niet meer beschikbaar was.
De Hotelmanager zag er duidelijk bang uit.
Terwijl de pers met filmcamera's in aanslag al in de lobby stonden te wachten besloten we de persconferentie, niet gehinderd door deze sabotage, door te laten gaan en wel in het restaurant waar ook hotelgasten zaten te eten.
Na een kleine uur (de persconferentie was net begonnen) kwamen mannen in twee en drietallen de zaal binnen. Ze vielen mij eerst niet op, pas na de derde en vierde groepje.
Haar kort geschoren strak voor zich uit kijkend, het type mariniers of commando's in burgerkleding, pantalon met overhemd en niet eens de moeite nemen de wapens aan hun heupgordels te verbergen .
Ik denk dat ze met een man of vijftien waren.
Ze stuurden de gasten tafel voor tafel weg. Het eten lieten ze staan en de zitplaatsen werden allemaal door deze mannen ingenomen. De verslaggevers en journalisten waren bang zag ik, want ze hadden meer oog voor de grimmig uitziende groep die onverwachts binnen kwamen vallen.
Wat daarna volgde was voor mij zelfs een verrassing. Dat we in Jakarta gevolgd werden als we ons verplaatsen is bekend. Maar blijkbaar was de binnenlandse veiligheidsdienst niet de enige die ons volgden maar werden we ook onze eigen mensen in de gaten gehouden.
Die kwamen dus dan ook binnen, een groepje van circa 8 mannen eind twintig begin dertig schat ik en allen met jassen aan met buitentemperaturen van 33 graden en hoger.
In tegenstelling tot de mannen van de binnenlandse veiligheidsdienst , zagen ze er heel ontspannen uit en met zo'n blik van "kom maar op we zijn echt niet bang voor jullie".
Maar nu heb ik wel echt reden om bang te zijn. De situatie was nu snel veranderd en hing er een onheilspellende zo niet dreiging in de lucht die eigenlijk niet te bevatten is omdat je nog volop bezig was met de eerste 15 of twintig minuten te verwerken.
Ze stonden met de rug naar de uitgang gekeerd en met hun gezichten in de richting van de groep mannen aan de eettafels. Ot zei dat we rustig naar de uitgang moeten lopen naar de auto's die voor het hotel geparkeerd stonden. Ik heb later ook niets meer gehoord hoe de aftocht was verlopen van de jongens.
Alle gevoel voor tijd was ik kwijt en kon me later ook niet herinneren hoe de laatste minuten waren verlopen (de gewapende veiligheidsdienst, de gewapende jongeren, de journalisten) Wil het ook niet weten.
Ook bij deze gebeurtenis vermoed ik de hand van Ot die waarschijnlijk al tevoren wist dat er iets stond te gebeuren tijdens de persconferentie en de jongens al paraat heeft staan, want je kan je onmogelijk binnen een half uur van de ene deel naar een andere gebiedsdeel
van Jakarta verplaatsen.
Dan nog vroeg ik me af hoe ze zo snel bij elkaar getrommeld waren en de auto's geregeld.
Na zijn pensionering bij de speciale eenheid die verantwoordelijk was voor de beveiliging van president Suharto trad Ot in dienst als security manager van een hotel in Jakarta. Het hotel dat veelvuldig door medewerkers van mensenrechtenorganisaties werd bezocht als meetingpoint om te overnachten.
Ik herinner me mijn eerste bezoek aan het hotel wat heel surrealistisch geweest was. Er liepen heel veel mensen rond zowel in de lobby als buiten het hotel waarvan ik zeker weet dat het geen gasten waren en ook geen personeel.
We werden begroet met een glimlach of een knik. Alleen aan de kleding al kon je hun onderscheiden van de andere gasten. jeans shirts en caps.
Ik schat zonder overdrijven circa 12 tot 15 maar het kunnen er net zo goed meer zijn.
Verdeeld over drie tot vier groepjes kom je ze in steeds wisselende samenstelling of aantallen in het hotel of erbuiten tegen. Het personeel en het management kijken er ook niet van op alsof ze dit gewend waren of vaker meegemaakt hebben.
Octo vertelde me bij aankomst toen we aan het inchecken waren at ik me geen zorgen hoefde te maken omdat het jongens waren van de organisatie. Het doel waarvoor ze daar waren heb ik niet naar gevraagd.
Het is mogelijk dat Ot en Octo aan mij wil laten zien dat deze jongens er waren en zij georganiseerd waren in Jakarta. Bij mijn volgende bezoeken reis in dat jaar was de groep aanmerkelijk geslonken en verbleven er steeds structureel twee soms vier in de buurt. Ze sliepen om beurten zittend in een stoel, op de bank in de hotelkamer, of op de grond. De anderen zitten beneden in de lobby en brengen kaartend de tijd door.
Het was rond 23.00 u 's avonds. Octo David en ik stonden buiten op de parkeerplaats voor de poort. Ik was aan het bellen naar een contactpersoon in Nederland toen ik een knal hoorde buiten de poort. Octo en David lagen lagen na de knal op de grond. Ze lagen een kleine drie meter bij mij vandaan en riepen en gebaarden met hun handen dat ik op de grond moest gaan liggen.
Met de telefoon nog in de hand en aan mijn oor, gaf ik (niet begrijpend wat er aan de hand was), gehoor aan de beide mannen waarna ik direct daarop achter elkaar een tweede en derde knal hoorde.
Het konden net zo goed knallen van een uitlaat zijn (door de oren van een westerling) ) Het bleken
geweerschoten te zijn, afgevuurd vanaf de wachtpost van militairekazerne schuin aan de overkant op circa 100m afstand van het hotel.
Het konden geen gerichte schoten geweest zijn omdat we nergens kogelinslagen zagen of hoorden, want als die al waren dan waren op z'n minst de auto's achter ons geraakt. De militairen aan de andere kant met de geweren in de hand keken wel onze richting uit.
Volgens Octo deden ze dat om ons te intimideren, maar in deze vorm was het toch uitzonderlijk en dat midden in de stad.
Het was ook het jaar dat de gematigde en bijna blinde president Wahid viel. Er zat slechts twee maanden tussen deze en mijn vorig bezoek aan Jakarta, maar dit keer onderschatte ik toch het gevaar van de metropool stad Jakarta. Een stad waar het contrast tussen arm en rijk heel groot is.
Waar kinderen in de brandende zon voor de ingang van de shoppingcenters zitten of lagen te bedelen om een beetje geld. Er zijn bendes die er een business van gemaakt hebben door deze kinderen erop uit te sturen, de straat op om te bedelen waarna het geld in de zakken verdwijnen van de bendeleiders.
Ik heb inderdaad wel vaker groepjes op hoeken van straten gezien die opgepikt werden door kleine pickups met open laadbakken waar 8 of meer kinderen tegelijk instapten. Dit zou ook de laatste keer zijn dat ik met Octo in Jakarta optrok. Altijd relaxt, deed wat hem gevraagd wordt, mengde zich nooit in discussies, een schaduw overal waar je heen loopt zelfs naar het toilet, wacht houdend op stoel naast de hotelkamer deur.
Toen we afscheid namen van elkaar (hij moest naar de Molukken) vroeg ik hem hoelang hij daar bleef. Hoogstens twee weken zei hij. Dan zien we elkaar weer over twee maanden in Jakarta zei ik, want dan ben ik weer terug en omhelsden we elkaar.
Na mijn terugkomst in Nederland kreeg ik (een maand later) bericht dat Octo onder verdachte omstandigheden (vergiftigd) op het eiland Ambon was overleden.
Volgens de contactpersoon in Jakarta was Octo veel te lang (twee maanden) dan de geplande twee weken op Ambon gebleven waardoor hij opgevallen was en getraceerd in 'bepaalde kringen'.
De foto's die ze gemaakt hebben van zijn naakte lichaam op een tafel, spreken voor zich. Hij was erg opgezet en zag eruit alsof hij verbrand was.
Octo zou niet de enigste zijn die op deze manier in Indonesië onverwachts kwam te overlijden. In Sulawesi is een van de leden van de mensenrechten organisatie PIP (West Papua) op een politiebureau door vergiftiging om het leven gekomen.
Ook de Indonesiese mensenrechten activist Munir Thalib Said (voorzitter mensenrechtenorganisatie Kontras in Jakarta) werd in 2004 tijdens een vlucht van Jakarta naar Amsterdam in een KLM vliegtuig vergiftigd. Munir kreeg de gif toegediend door een naast hem zittende passagier, "toevallig" een piloot van Garuda Airways (Pollycarpus Prianto) die prive meegevlogen was naar Amsterdam.Tenminste dat was in eerste instantie de theorie
In bepaalde kringen werd, de als "luis in de pels van de Indonesische regering", Munir als slachtoffer genoemd van executie door de geheime dienst.
Bronnen binnen de vliegmaatschappij Garuda vertelden dat de piloot die 14 jaar gevangenisstraf kreeg, in de gevangenis was bezocht door mensen die hem veel geld boden, om vooral te zwijgen en zo doen voorkomen dat hij de moord inderdaad heeft gepleegd.
In 2007 werd hij echter in hoger beroep vrijgesproken en een vooraanstaande ex-Garuda medewerker Rohainil Ainil werd ipv de piloot Pollycarpus gearresteerd voor medeplichtigheid aan de moord.
In 2007 was ik gebeld door een contactpersoon voor een telefonisch intervieww met het Indonesische krant Tempo.
Mijn naam werd namelijk ook genoemd in deze zaak, als iemand die Munir Thalib Said tijdens een tussenstop in Singapore zou hebben gesproken.
Het interview heb ik afgeslagen omdat ik niet precies weet wie daar opdracht toe gegeven heeft en ook bang was dat men de feiten zou verdraaien.
Ik ken Munir niet persoonlijk, maar heb wel een jaar na zijn dood een ontmoeting gehad met zijn vrouw Suciwati,die de organisatie Kontras na de dood van haar man overnam.
Ze werkt samen met Mufti leider van Yayasan Tifa, ook een mensenrechten organisatie uit Jakarta. Met beide heb ik in Kuala lumpur gesproken en bij die gelegenheid hebben we businesscards met elkaar uitgewisseld.
Munir schijnt in Singapore op de airport met iemand te hebben gesproken die op mij lijkt.
Deze ontmoeting stond op de videoband van de beveiliginscamera's.
Dit kwam me helemaal niet goed uit omdat ik onverwacht naar Jakarta moest afreizen om mijn zus op te halen. Die was in in Jakarta opgedoken nadat ze met een andere zus naar Bali op vakantie was geweest en in verwarde toestand het vakantieadres heeft verlaten en al een week onvindaar.
Totdat een familielid uit Jakarta belde dat ze daar zat en ook geen paspoort bij zich.
Ik heb het ministerie van Buitenlandse zaken gebeld en en het probleem voorgelegd, die me prompt uitnodigd voor een gesprek.
Het bleek een gesprek met vier mensen waarvan ik zeker weet dat het niet alleen om een familielid van mij ging die in Jakarta verzeild was geraakt. Het bevreemd me niet, ook gezien het aantal mensen van de kant van Buza, dat men meer interesse had in mijn lidmaatschap van een mensenrechtenorganisatie.
Er was de hele tijd maar een persoon aan het woord de andere drie luisteren alleen aandachtig mee of maakten aantekeningen.
Maar wat, als ik aangehouden word voor onderzoek n.a.v. de Munir zaak. Ik zei dat er tal van voorbeelden zijn van mensenrechtenactivisten in Indonesie, met wie het (op z'n zachtst gezegd) slecht was afgelopen. Munir was daar een voorbeeld van.
Als antwoord informeerde men mij dat er een afspraak was tussen Nederland en Indonesie dat men binnen 24 uur contact zouden opnemen met de Nederlandse ambassade als er Nederlandse staatsburgers aangehouden worden en gevangen gezet.
Op mijn tweede vraag hoe hard deze afspraak was, kwam als antwoord "die garantie is er niet".
Het gesprek duurde nog geen uur bij Buza en kwam er op neer dat ik nergen op kan rekenen.
Ik had het ook kunnen weten en had me die reis naar Den Haag kunnen besparen ware het niet dat ik nieuwsgierig werd door de uitnodiging, want dit hadden ze ook telefonisch kunnen doen of met een brief.
De zaak rond Munir baart me geen zorgen, want reizen en data naar Indonesie vielen ruim buiten die voor hem fatale dag. Het was wat anders, maar dat hoefde ik niet aan Buza mensen uit te leggen want volgens mij weten ze meer over mij en mijn activiteiten dan ze willen laten blijken.
Het is dan ook in ons netwerk bekend dat er een innige samenwerking is tussen de overheidsdiensten van beide landen, dus ik maak me ook geen illusies over.
Dat het bijna mis ging, is nog maar zacht uitgedrukt.
Het was zoals andere keren een rustige vlucht en de aankomst een routinekwestie ware het niet dat de mensen van Garuda die me voorbij de immigratiedienst zouden leiden, vast zaten in een file, waardoor ze te laat kwamen.
Ik moest me noodgedwongen aansluiten in de lange rijen wachtenden.
En dan nog zou er niks aan de hand zijn (50% kans) als ik plotseling geconfronteerd werd met een overijverige douane beambte die mij vroeg waar ik vandaan kwam, waarop de man me vroeg naar mijn incheckformulier vanuit Amsterdam Schiphol. Die had ik dus op de balie laten liggen op Schiphol, gewoon in de haast laten liggen. Zegt die man dat ik zonder die formulier ook niet Indonesië binnen kan komen.
Aan de ene kant was ik blij dat dat het was ipv een alertmelding op zijn computerscherm.
Wat hierna zich afspeelde kon wel eens scene zijn van een slechte B-film.
Ik verbaasde me nu nog over hoe dat allemaal gegaan was.
De douanier zei dat ik een copie moest halen van de zoekgeraakte incheckformulier van deze vlucht bij het kantoor van KLM op de airport. Ik zei dat ik dat wel ga doen en vroeg waar het kantoor is.
Zegt die man, die staat op de 1e etage .
Vroeg ik hem waar ik langs moest, zegt hij dan moet je naar buiten gaan, want die bevond zich buiten maar dat kan niet zonder paspoort want die houden ze als borg.
Ik vroeg hoe kom ik dan buiten als jullie me niet erdoor laten?
Na enige aarzeling stemden ze toe want zagen de logica er ook van in. Zonder paspoort ging ik naar buiten en zocht het KLM office.
Die bleek al gesloten want het was al ver na 17.00 u. Nu moest ik weer terug naar binnen, maar hoe doe je dat zonder een paspoort en ticket? De security bij de ingang was heel resoluut zonder papieren geen toegang.
Ook logisch dacht ik, maar ik had al schoon genoeg van dit gedoe en zei tegen die man dat ik niet van plan was om uit de rij te stappen die inmiddels al flink was opgehouden.
Ik legde hem de situatie nog een keer uit.
Het was niet mijn overtuigingskracht maar de groeiende en morrende mensen die hem doet besluiten om me toch door te laten.
Binnen bij de immigratiedienst bleek zich al een KLM medewerkster aangemeld met een kopie van de lijst dat ik met die vlucht Indonesië was binnengekomen.
Blijkbaar hebben de mensen van de immigratiedienst Buiten stonden de Garudamensen die me op zouden halen al te wachten.
In twee auto's reden we van de airport af het centrum in. Over de deze reis schrijf ik later nog wel een blog omdat ik nog aan het twijfelen ben. Het zouden veertien echte tropendagen worden en heeft niets met de politiek te maken.