Hij komt altijd onaangekondigd.
Wat er nu anders was? Het is vandaag vrijdag en meestal komt hij op maandag middag na het golfen. 18 holes doet hij meestal met een goede vriend, 14 jaar jonger met wie hij sinds zijn studietijd is bevriend.
Ik vroeg hem vorig jaar (2010)uit belangstelling wat voor handicap hij heeft.
Hij keek me quasi verbaasd aan en zegt: ach ik golf al vanaf de jaren zestig, toen bestond er nog geen handicap.
"Hoe gaat het met je?" op zijn bekende karakteristieke toon en met vorsend blik alsof hij nog dagelijks praktiseert.
Ja, hij is Psychiater geweest en mocht ook prof. dr. voor zijn naam zetten.
Er zijn maar weinig mensen uit mijn netwerk, die aan zo'n onschuldige vraag, onbedoeld zoveel gewicht kan hangen.
En uitgerekend deze ochtend zat ik toevallig niet lekker in mijn vel, waardoor mijn antwoord op zijn vraag niet bepaald overtuigend over kwam.
Een vraag van mijn oude vriend (oud niet in biologische of fysieke zin maar vanuit een diep respect vanwege zijn respectabele leeftijd en respect die in de loop van "slechts" 17 spaarzame jaren is gegroeid. Respect om zijn gemeende uitspraken die altijd recht uit zijn hart komen.
Een vraag gesteld om erachter te komen hoe het werkelijk met je gaat.
Niet zoals de bekende vluchtige handdruk waarmee we/ik vaak dagelijks te maken krijgen en vergezeld met een even vluchtige en cliche vraag 'Hoe is ie of hoe gaat ie?'
Een vraag die bijna altijd heel veel desinteresse uitstraalt, immers wat gaat het iemand aan... en trouwens, met welke bedoeling vragen we dat eigenlijk aan elkaar?
Op het moment dat je daar op in wilt gaan en heel gemeend antwoord geeft, verder op je gemoedstoestand of gezondheid in wilt gaan (he he eindelijk een luisterend oor), is de geveinsde belangstelling al lang niet meer aanwezig.
Maar als mijn oude vriend dat vraagt, is dat allerminst het geval en straalt er heel veel genegenheid en oprechtheid uit...Hoe gaat het met je?
Goed antwoordde ik en betrapte me er tegelijkertijd op dat het automatisme is.
Dat zeg je altijd (terwijl een glimlach op zijn gezicht verschijnt), ook als het niet goed gaat (dit keer zonder me aan te kijken).
Ik heb mijn vizier bijgesteld Henk. Hij keek me recht in mijn ogen alsof hij precies weet waar ik het over wil hebben (zelfs niet eens verbaasd), terwijl ik nog maar anderhalve zin gesproken heb.
Er viel daarna een diepe stilte alsof het een vraag was die hij aan zichzelf stelde, een bevestiging van wat hij denkt en vindt.
Zulke momenten heb ik ook wel eens. Meestal 's avonds of 's morgens met tandenpoetsen Voor de spiegel en vraag ik aan mijn eigen rechter, "goedemorgen hoe gaat het met mij?"
Maar ik hoorde geen enkel twijfel of hapering in de stem van mijn oude vriend en zag aan zijn houding en mimiek dat elk woord gewogen was op een gouden weegschaal van bijna een eeuw levens ervaring.
De vraag is dus ook echt voor mij bedoelt.
Met Henk van gedachten wisselen is een verademing, vooral als je continu gewend bent in een wereld te leven waar mensen tijdens gesprekken heel dominant aanwezig zijn, niet naar elkaar luistert en je continu het gevoel hebt dat je iets opgedrongen wordt.
Mij wordt door mijn directe omgeving vaak verweten dat ik ook bij dat gros hoorde en heel selectief luister, maar dat klopt dan ook want ik heb een ingebouwde radar die echt van nep kan onderscheiden. Maar Henk is echt.
Ik wacht dan ook niet zijn verbale reactie af, wat toch niet komt want zijn blik spreekt boekdelen en vroeg ik hem of hij ons gesprek de laatste keer vorig jaar bij hem thuis nog herinnerde. "Ja" nog steeds onbewogen.
Dat gesprek heeft zo'n geweldige impact op mij gehad dat ik mijn visie over de vraag sinds mensenheugenis gesteld -is er leven na de dood- vanaf dat moment verschillende malen en op verschillende manieren heb moeten evalueren.
We kwamen op die bewuste zomermiddag op dit onderwerp toen zijn leeftijd ter sprake kwam (hij wordt dit jaar negentig).
Ik had zelf nog zoveel vragen na die bewuste 15 juni 1983. Vragen die onbeantwoord zijn gebleven en waar ik tot op heden nog steeds niet uit ben.
Er was geen verdriet, wel hoop en was het voor mij als vanzelfsprekend dat het aardse afscheid slechts tijdelijk was.
De een gelooft in een reïncarnatie, de ander in een tunnel met aan het eind helder licht en nog wat meer. Ik behoorde vanwege m'n religieuze opvoeding tot de laatste categorie.
Een echo uit het verleden die mij altijd bij blijft want het voelde ook niet echt als een achtervolging.
Ik heb de tijd, vanaf vorig jaar zomer bij Henk thuis tot deze vrijdagmiddag dan.
We moeten het beste van het leven maken en doen wat goed is, je medemens zo goed als mogelijk helpen, want als je dood bent dan houd alles op, dan is er straks niks meer.
Niet precies in deze bewoordingen maar het waren wel woorden van gelijke strekking.
Ik verkeerde, nadat mijn oude vriend de laatste zin had uitgesproken, in een lichte shock maar liet het niet merken, of zou hij de verbazing en vertwijfeling in mijn blik hebben gelezen?
Achteraf denk ik dat dit eigenlijk weer een van de vele kruispunten op je levenspad is, waarin je mensen tegenkomt en kennis en ervaring met elkaar deelt.
Zulke bijzondere momenten zullen je altijd bij blijven, zoals in mijn geval, omdat je er niet mee klaar kan komen, het niet goed tot je doordringt en het daarom niet begrijpt.
De vraag of er na dit leven nog een vorm van leven bestaat (vanuit het gezichtspunt van mijn oude vriend niet) is wat mij betreft ondenkbaar en onaanvaardbaar want zo'n vraag grenst aan heiligschennis.
Het leven is eindig, dat klopt, maar daarna is er toch nog iets?
Maar dit stil protest is feitelijk nergens op gebaseerd, want bij mijn weten is er nog nooit iemand na een tijdje een beetje dood te zijn geweest (zeg maar een week of vijf of langer) teruggekomen om iets over zijn/haar bijzondere ervaring te vertellen.
Mijn oude vriend heeft hier dus een punt, maar mijn moeder ook vrees ik, want die zou me een mep om de oren hebben gegeven met de bijbel en me herinneren aan een passage over de opstanding.
Met gedachtewisselingen over levensbeschouwelijke onderwerpen heb ik altijd veel tijd nodig om over na te denken, om de juiste vragen te kunnen stellen en rustig naar antwoorden te zoeken. Niet na enkele seconden, minuten of uren, maar zolang ik het nodig acht.
Dus een jaar is een redelijk termijn.
Ik herinner me nog elke detail van het gesprek.
Zelfs wat we beiden toen gedronken en gegeten hebben, waar ik zat in de huiskamer en hoe hij keek terwijl praat.
En zo keek hij vandaag ook met een vragende blik, alsof hij me eraan wilde herinneren dat er nog iets was blijven hangen aan het gesprek van vorig jaar en waar ik misschien toch nog op terug wilde komen.
Toen ik met hem opliep naar de auto sloeg ik mijn arm om z'n schouder en zei dat ik (oprecht) blij ben dat hij was geweest. Hij keek me enkele seconden aan voordat hij instapte en lachte: "ja he?" ..en dan glimlachend.. "heb je toch het gevoel dat er iemand aan je denkt".
Ik keek en zwaaide hem nog na en liep die 20 meter tot aan de voordeur in gedachten verzonken en dacht aan bijzondere voorvallen in de wereld in deze tijd, zoals de lente revoluties die als een groene golf huis houdt aan de andere kant van de Middellandse zee.
Ook aan de langverwachte voorspelling over 2012 aan de hand van interpretaties van de Mayakalender. De vrije val van Amerika en opkomende economische grootmachten uit het oosten die het arrogante westen aan het wankelen brengen.
Aan Wilders die zich meer dan ooit ontpopte als een straatvechter (Doe normaal man)en heilige huisjes in de 2e kamer omver schopte (screw you).
Waarom niet? Waarom zou mijn oude vriend het niet bij het rechte eind kunnen hebben?
Vanaf nu, na deze gedenkbare vrijdagmiddag, is alles mogelijk! Zoeken of afwachten tot het ondenkbare en rekening houden met het onmogelijke zoals recent het geval.
Het wetenschappelijk experiment van CERN in Zwitserland die de relativiteitstheorie van Einstein (E=MC2) letterlijk aan flarden dreigt te schieten als straks blijkt dat aan de meetapparatuur niks mankeert.
Het licht is dan niet meer zoals Einstein beweerde het snelst, maar de neutrino's die door een deeltjesversneller van Genève naar Italië over een afstand van 750 km was geschoten en naar het schijnt, enkele nanoseconden sneller dan het licht ging.
Alle bestaande wetenschappelijke theorieën moeten dan weer worden heroverwogen, te beginnen met de oerknal 20 miljard jaren geleden tot aan het ontstaan van de aarde en de eerste mens en zo verder.
En misschien, heel misschien is onze planeet toch wel plat i.p.v. rond (het ondenkbare)en misschien, heel misschien is er toch een tunnel, met aan het eind het veel bezongen licht.
Ik kijk nu alweer uit naar een volgende ontmoeting met mijn oude vriend. (Update 8 augustus 2012.....)
Twee weken geleden was ik gemaild door een goede vriend (JRD) hij berichtte me dat mijn ' oude' vriend niet meer lang te leven had en stervende was. Ik heb de wekker om 03.00 u 's morgens gezet want het tijdsverschil was 6 uur (Antillen). Vera nam op en gaf de hoorn over. Hij klonk helemaal fit en in zn oude doen wat me verbaasde. " Dag Anton, ik ga dood......dat weet ik en daar kan ik verder niks meer aan doen..." Wij hebben nog enkele minuten met elkaar gepraat, of eigenlijk was Henk aan het woord, maar zijn boodschap was zoals altijd uit het leven gegrepen. Een stem met inhoud die me nog lang zal blijven heugen, want dat is Henk ten voeten uit. Op de rand van wat wij als eeuwig beleven, nog altijd consistent en helder. Dank Henk dat ik je heb mogen leren kennen.
maandag 26 september 2011
zondag 18 september 2011
Filosofie
"Het begin van het filosoferen is het verwonderen" een citaat van de Griekse filosoof Plato.Ik ken de beste man niet persoonlijk, maar hij is samen met nog een aantal denkers voor een groot deel wel de oorzaak dat ik nog steeds verdwaasd en verwonderd op de wereld rondloop en mij mede heeft gevormd tot de persoon die ik nu ben.
Als beginnend amateur filosoof verslond ik boeken en tijdschriften hierover.
Iedereen heeft in meer of mindere mate, iets filosofisch in zich.
Dat vind ik dan en voel me ook hierin gesterkt door de Duitse filosoof Jaspers toen ik met een werkstuk bezig was voor mijn HBO studie (waar ik overigens niks aan gehad heb, zonde van de tijd) via Jaspers kwam ik op het spoor van Dr. A. Gans.
De eerste zegt "Es gibt keine definition der philosofie" en de ander zegt geen enkele filosoof te hebben gekend die voldeed aan de eisen, waaraan een definitie moet voldoen en die door filosofen wetenschappelijk zijn geformuleerd.
Nu moet ik bekennen dat bepaalde namen bepaalde associaties oproepen wat soms niet recht doet aan de persoon, maar in dit geval ontkom ik er niet aan en speelt in mijn achterhoofd een filmpje af over mijn lagere schooltijd (waarover ik later ook ga bloggen) waarin juf de Vries heel boos (sommige namen zijn ook rotsvast verankerd in een bepaalt tijdbeeld) "Domme Gans" tegen me riep. De reden waarvoor, was me even ontgaan maar ze heeft het wel gezegd.
Vandaag de dag zou de juf daar onmiddellijk door het management berispt voor worden. Maar goed, dit even terzijde.
Zowel Jaspers als Gans gaven hiermee eigenlijk in feite naar mijn mening een vrijbrief voor iedereen die zich hiervoor interesseert of om zich filosoof te noemen.
Jaspers lekker makkelijk uit de losse pols en Gans (ook niet dom) toch enigszins badinerend. Er zijn dus echte en niet echte filosofen.
Maar vanuit welke positie en door welke bril gezien? Hitler, Stalin, Idi Amin, Sadam Hoesein en vader en zoon Bush hebben ook elk een eigen filosofie over hoe je een land moet besturen en je macht moet laten gelden.
Maakt dit hun dan ook tot een filosoof?
Mijn buurman Sander (30jr.), boos door de bezuinigingsdrift van deze regering die een geweldige impact heeft op de zorgsector: "ze kunnen net zo goed die mensen (werkt in een instelling voor mensen met een geestelijke of fysieke beperking) afschieten, dan kost het de overheid en gemeenschap ook geen geld meer en levert het een aanzienlijke besparing op de kosten, Ik kan me er zo boos over maken.....". Kan ik de buurman nu ook in dat rijtje plaatsen van beginnende filosofen?
Voor wie het een uitdaging is om nog dieper op deze materie in te gaan, volge mij...
Bolland (om maar eens dichter bij huis te blijven)legt uit en verklaart dat ongeoefende en beginnende filosofen allereerst moeten beseffen dat filosoferen zoiets betekent als "ontwaken tot menswording".
Das niet zo moeilijk vind ik , iedereen ontwaakt toch om tot mens te worden? Nee nee, zegt De Sopper
in zijn verhandeling over dit onderwerp, dat bedoelt mijn collega en landgenoot niet en zegt hierover: "iemands filosofie is afhankelijk van zijn metafysische status (veranderlijke geestesgesteldheid), die bepaald wordt door de verhouding waarin hij tot zichzelf staat, de wereld tot zijn medemensen en tot God.
We moeten onszelf dus eerst goed leren kennen, onze medemensen, de omgeving en het opperwezen, allen in relatie tot onszelf.
In dit geval kan ik dus mijn buurman Sander and myself dus toch in het rijtje plaatsen van Bolland, Jaspers en Gans?
Een boek en filosoof Aristoteles verder, leerde ik zo langzamerhand ontdekken dat filosofie het meest denkbare en het laatste is wat je kan overkomen als je in een dip zit en begint na te denken over de zin en onzin van het leven (meestal na je vijftigste).
De goede man (Aristoteles) die leefde in 384 jaar voor Christus en een coryfee onder de filosofen genoemd mag worden, zou nooit bevroeden dat zijn manier van wijsgerig denken in de verre toekomst, moderne generaties filosofen aan het wankelen en in de problemen zou brengen.
Mennicke hierover: " wanneer ik hier van filosofie in de hoge zin van het woord spreek, dan bedoel ik hiermede een filosoferen dat methodisch en al verantwoord is.
Dat is bijvoorbeeld op exemplarische wijze (voorbeeldend waarschuwend) bij Aristoteles het geval, waar logica, fysica, ethica en metafysica in een methodisch precies aangetoond verband staan, zodat men dat verband altijd kan controleren en proefondervindelijk nagaan", einde citaat.
Nu vind ik lange volzinnen en het aantal komma's (hoe langer hoe mooier) achter een zin altijd prachtig om te lezen, maar dit is toch ff andere koek en na Aristoteles en Mennicke, ben ik de kritische point of no return (nu doorschrijven) door nieuwsgierigheid geprikkeld al lang gepasseerd.
Mennicke en Aristoteles maken dus heel duidelijk onderscheid in meesters en leerling filosofen en schakelen alternatieve vormen, waar ik bijvoorbeeld en mijn buurman Sander veilig achter kunnen verschuilen, helemaal uit.
Ware het niet dat ik min of meer toevallig op bezoek bij De Slegte, de Nederlander Van Peursen ontdekte (Korte inleiding in de existentiefilosofie blz.9).
Van Peursen vond dat filosofie geen supra-wetenschap moet zijn, maar moet dienen om de mens wakker te schudden en hem/haar op te roepen tot een leven in conflict en strijd, waarin men de persoonlijke problemen onder ogen moet durven zien.
Zelf geeft Van Peursen aan het woord filosofie de volgende definitie: "filosofie is menselijke oriëntatie binnen de wijkende horizonten van inzicht en levenservaring, punt. Geweldig vind ik dit.
Zoveel filosofen als er bestaan in alle tijdperken, zoveel definities er ook zijn over filosofie en kan je alles tot onderwerp maken voor filosofie. Storig benadrukte dit nogmaals met de vraag:"wat is bij dieper nadenken onbetekenend?"
Iedereen is dus filosoof en zijn er evenveel filosofen als mensen. Iedereen filosofeert en heeft zijn/haar eigen metafysica.
Een juiste en eigentijdse definitie over filosofie bestaat dus niet en kan ons niet aantonen wat dan dat eigenlijk betekent.
Ik zal dus vanaf nu voortaan en met heel veel plezier mijn buurman Sander met heel veel interesse en nauwlettend volgen als hij weer het licht ziet en me verrast met een filosofisch onderonsje in een taal die ik gelukkig wel begrijp.
Geraadpleegde literatuur voor dit stuk: A. Gans: "Pathologie en therapie der filosofie"/Bolland: "Het nut der wijsbegeerte"/ De Sopper:"Wat is philosophie"
Mennicke:"Grote filosofen/Van Peursen: "Korte inleiding in de existentiefilosofie"/Storig: "Geschiedenis van de filosofie"".
Als beginnend amateur filosoof verslond ik boeken en tijdschriften hierover.
Iedereen heeft in meer of mindere mate, iets filosofisch in zich.
Dat vind ik dan en voel me ook hierin gesterkt door de Duitse filosoof Jaspers toen ik met een werkstuk bezig was voor mijn HBO studie (waar ik overigens niks aan gehad heb, zonde van de tijd) via Jaspers kwam ik op het spoor van Dr. A. Gans.
De eerste zegt "Es gibt keine definition der philosofie" en de ander zegt geen enkele filosoof te hebben gekend die voldeed aan de eisen, waaraan een definitie moet voldoen en die door filosofen wetenschappelijk zijn geformuleerd.
Nu moet ik bekennen dat bepaalde namen bepaalde associaties oproepen wat soms niet recht doet aan de persoon, maar in dit geval ontkom ik er niet aan en speelt in mijn achterhoofd een filmpje af over mijn lagere schooltijd (waarover ik later ook ga bloggen) waarin juf de Vries heel boos (sommige namen zijn ook rotsvast verankerd in een bepaalt tijdbeeld) "Domme Gans" tegen me riep. De reden waarvoor, was me even ontgaan maar ze heeft het wel gezegd.
Vandaag de dag zou de juf daar onmiddellijk door het management berispt voor worden. Maar goed, dit even terzijde.
Zowel Jaspers als Gans gaven hiermee eigenlijk in feite naar mijn mening een vrijbrief voor iedereen die zich hiervoor interesseert of om zich filosoof te noemen.
Jaspers lekker makkelijk uit de losse pols en Gans (ook niet dom) toch enigszins badinerend. Er zijn dus echte en niet echte filosofen.
Maar vanuit welke positie en door welke bril gezien? Hitler, Stalin, Idi Amin, Sadam Hoesein en vader en zoon Bush hebben ook elk een eigen filosofie over hoe je een land moet besturen en je macht moet laten gelden.
Maakt dit hun dan ook tot een filosoof?
Mijn buurman Sander (30jr.), boos door de bezuinigingsdrift van deze regering die een geweldige impact heeft op de zorgsector: "ze kunnen net zo goed die mensen (werkt in een instelling voor mensen met een geestelijke of fysieke beperking) afschieten, dan kost het de overheid en gemeenschap ook geen geld meer en levert het een aanzienlijke besparing op de kosten, Ik kan me er zo boos over maken.....". Kan ik de buurman nu ook in dat rijtje plaatsen van beginnende filosofen?
Voor wie het een uitdaging is om nog dieper op deze materie in te gaan, volge mij...
Bolland (om maar eens dichter bij huis te blijven)legt uit en verklaart dat ongeoefende en beginnende filosofen allereerst moeten beseffen dat filosoferen zoiets betekent als "ontwaken tot menswording".
Das niet zo moeilijk vind ik , iedereen ontwaakt toch om tot mens te worden? Nee nee, zegt De Sopper
in zijn verhandeling over dit onderwerp, dat bedoelt mijn collega en landgenoot niet en zegt hierover: "iemands filosofie is afhankelijk van zijn metafysische status (veranderlijke geestesgesteldheid), die bepaald wordt door de verhouding waarin hij tot zichzelf staat, de wereld tot zijn medemensen en tot God.
We moeten onszelf dus eerst goed leren kennen, onze medemensen, de omgeving en het opperwezen, allen in relatie tot onszelf.
In dit geval kan ik dus mijn buurman Sander and myself dus toch in het rijtje plaatsen van Bolland, Jaspers en Gans?
Een boek en filosoof Aristoteles verder, leerde ik zo langzamerhand ontdekken dat filosofie het meest denkbare en het laatste is wat je kan overkomen als je in een dip zit en begint na te denken over de zin en onzin van het leven (meestal na je vijftigste).
De goede man (Aristoteles) die leefde in 384 jaar voor Christus en een coryfee onder de filosofen genoemd mag worden, zou nooit bevroeden dat zijn manier van wijsgerig denken in de verre toekomst, moderne generaties filosofen aan het wankelen en in de problemen zou brengen.
Mennicke hierover: " wanneer ik hier van filosofie in de hoge zin van het woord spreek, dan bedoel ik hiermede een filosoferen dat methodisch en al verantwoord is.
Dat is bijvoorbeeld op exemplarische wijze (voorbeeldend waarschuwend) bij Aristoteles het geval, waar logica, fysica, ethica en metafysica in een methodisch precies aangetoond verband staan, zodat men dat verband altijd kan controleren en proefondervindelijk nagaan", einde citaat.
Nu vind ik lange volzinnen en het aantal komma's (hoe langer hoe mooier) achter een zin altijd prachtig om te lezen, maar dit is toch ff andere koek en na Aristoteles en Mennicke, ben ik de kritische point of no return (nu doorschrijven) door nieuwsgierigheid geprikkeld al lang gepasseerd.
Mennicke en Aristoteles maken dus heel duidelijk onderscheid in meesters en leerling filosofen en schakelen alternatieve vormen, waar ik bijvoorbeeld en mijn buurman Sander veilig achter kunnen verschuilen, helemaal uit.
Ware het niet dat ik min of meer toevallig op bezoek bij De Slegte, de Nederlander Van Peursen ontdekte (Korte inleiding in de existentiefilosofie blz.9).
Van Peursen vond dat filosofie geen supra-wetenschap moet zijn, maar moet dienen om de mens wakker te schudden en hem/haar op te roepen tot een leven in conflict en strijd, waarin men de persoonlijke problemen onder ogen moet durven zien.
Zelf geeft Van Peursen aan het woord filosofie de volgende definitie: "filosofie is menselijke oriëntatie binnen de wijkende horizonten van inzicht en levenservaring, punt. Geweldig vind ik dit.
Zoveel filosofen als er bestaan in alle tijdperken, zoveel definities er ook zijn over filosofie en kan je alles tot onderwerp maken voor filosofie. Storig benadrukte dit nogmaals met de vraag:"wat is bij dieper nadenken onbetekenend?"
Iedereen is dus filosoof en zijn er evenveel filosofen als mensen. Iedereen filosofeert en heeft zijn/haar eigen metafysica.
Een juiste en eigentijdse definitie over filosofie bestaat dus niet en kan ons niet aantonen wat dan dat eigenlijk betekent.
Ik zal dus vanaf nu voortaan en met heel veel plezier mijn buurman Sander met heel veel interesse en nauwlettend volgen als hij weer het licht ziet en me verrast met een filosofisch onderonsje in een taal die ik gelukkig wel begrijp.
Geraadpleegde literatuur voor dit stuk: A. Gans: "Pathologie en therapie der filosofie"/Bolland: "Het nut der wijsbegeerte"/ De Sopper:"Wat is philosophie"
Mennicke:"Grote filosofen/Van Peursen: "Korte inleiding in de existentiefilosofie"/Storig: "Geschiedenis van de filosofie"".
zondag 4 september 2011
Social media en kritiek
Social media: Ik zoek altijd naar details in publicaties en naar woorden die altijd en hoe dan ook terug keren naar de bron of vertrekpunt van waaruit mensen via de social media schrijven. Iets over wat hun bezig houdt. Een pragmatische blik, vooruitzicht en pen die mijn aandacht trekt, maakt het voor mij de moeite waard of niet om stukken te lezen. Objectief open, eerlijk of kritisch. Aan de term kritiek op social media kan je verschillende definities hangen. De meest voorkomende is quasi gefundeerd maar met een back swing. Curaçao: een eiland, een land waar de bevolking een meer grotere en belangrijke rol moet en kan spelen sinds de autonomie op 10 oktober 2010 een feit is en waar decennia lang familierelaties en financiële clans de dienst uitmaken en de politiek onderhuids manipuleren en beïnvloeden. Vraag: Hoe kan de ene hand nu bouwen terwijl de andere hand het afbreekt? Cultuur: managementconcepten uit een andere cultuur, verliezen in de hectiek van opbouw en wederopbouw nog meer van hun geldigheid. De ik en individualistische cultuur, resultaatgericht en snel, afspraak is afspraak, tijd is tijd, contra de clans, familie, respect, evenwichtigheid en kalmte in de tropen. Grote denkers: er moet een evenwichtige balans in visie te vinden zijn van mensen uit verschillende lagen die de klus moeten klaren en ook niet minder belangrijk, ook dezelfde taal spreken in termen van gezamenlijk doelen en de toekomst. In geval van Curaçao is dat er (nog) niet. Kop boven het maaiveld: De achtergronden van hoofdrolspelers in deze politieke constellatie ken ik niet, slechts via de media en van horen zeggen. Over de minister president is al veel geschreven en ik moet zeggen tot op het beschamende af. Jammer eigenlijk dat het op deze manier moet. Mensen weten niet in welke tijdsgewricht de persoon in kwestie in zijn of jonge levensjaren zich toen bevond, ook niet toen hij zich al dan niet buiten gebaande paden begaf. Het oorzakelijk verband kan soms richting geven in ons levensloop maar is niet altijd bepalend tot aan het doel en wel omdat we als mensen altijd te maken hebben met gebeurtenissen die onze paden kruizen en een wending kunnen geven aan de richting. De elektricien Lech Walese heeft immers ook nooit kunnen bevroeden dat hij ooit president zou worden van Polen. Bovendien, ben ik zeer goed bevriend met de vader, een zeer sociaal bewogen mens die het allerbeste met de mens voor heeft, waardoor het spreekwoord van de appel die niet ver van de boom valt in dit geval (mijn geval dan)toch opgeld doet. Toon: dan de toon in publicaties op social media's zoals facebook of linkedIn. Vanuit een zogenaamde adviseursperspectief waar iedereen plotseling specialist in genoemd kan worden, is dat zoiets als op periscoop diepte torpedo' s in alle richtingen afschieten op alles wat vaart en drijft ook naar zichzelf.
Abonneren op:
Posts (Atom)