No comment

maandag 26 september 2011

Oude vriend

Hij komt altijd onaangekondigd.
Wat er nu anders was? Het is vandaag vrijdag en meestal komt hij op maandag middag na het golfen. 18 holes doet hij meestal met een goede vriend, 14 jaar jonger met wie hij sinds zijn studietijd is bevriend.
Ik vroeg hem vorig jaar (2010)uit belangstelling wat voor handicap hij heeft.
Hij keek me quasi verbaasd aan en zegt: ach ik golf al vanaf de jaren zestig, toen bestond er nog geen handicap.

"Hoe gaat het met je?" op zijn bekende karakteristieke toon en met vorsend blik alsof hij nog dagelijks praktiseert.
Ja, hij is Psychiater geweest en mocht ook prof. dr. voor zijn naam zetten.
Er zijn maar weinig mensen uit mijn netwerk, die aan zo'n onschuldige vraag, onbedoeld zoveel gewicht kan hangen.
En uitgerekend deze ochtend zat ik toevallig niet lekker in mijn vel, waardoor mijn antwoord op zijn vraag niet bepaald overtuigend over kwam.
Een vraag van mijn oude vriend (oud niet in biologische of fysieke zin maar vanuit een diep respect vanwege zijn respectabele leeftijd en respect die in de loop van "slechts" 17 spaarzame jaren is gegroeid. Respect om zijn gemeende uitspraken die altijd recht uit zijn hart komen.
Een vraag gesteld om erachter te komen hoe het werkelijk met je gaat.
Niet zoals de bekende vluchtige handdruk waarmee we/ik vaak dagelijks te maken krijgen en vergezeld met een even vluchtige en cliche vraag 'Hoe is ie of hoe gaat ie?'
Een vraag die bijna altijd heel veel desinteresse uitstraalt, immers wat gaat het iemand aan... en trouwens, met welke bedoeling vragen we dat eigenlijk aan elkaar?

Op het moment dat je daar op in wilt gaan en heel gemeend antwoord geeft, verder op je gemoedstoestand of gezondheid in wilt gaan (he he eindelijk een luisterend oor), is de geveinsde belangstelling al lang niet meer aanwezig.

Maar als mijn oude vriend dat vraagt, is dat allerminst het geval en straalt er heel veel genegenheid en oprechtheid uit...Hoe gaat het met je?

Goed antwoordde ik en betrapte me er tegelijkertijd op dat het automatisme is.
Dat zeg je altijd (terwijl een glimlach op zijn gezicht verschijnt), ook als het niet goed gaat (dit keer zonder me aan te kijken).
Ik heb mijn vizier bijgesteld Henk. Hij keek me recht in mijn ogen alsof hij precies weet waar ik het over wil hebben (zelfs niet eens verbaasd), terwijl ik nog maar anderhalve zin gesproken heb.
Er viel daarna een diepe stilte alsof het een vraag was die hij aan zichzelf stelde, een bevestiging van wat hij denkt en vindt.

Zulke momenten heb ik ook wel eens. Meestal 's avonds of 's morgens met tandenpoetsen Voor de spiegel en vraag ik aan mijn eigen rechter, "goedemorgen hoe gaat het met mij?"
Maar ik hoorde geen enkel twijfel of hapering in de stem van mijn oude vriend en zag aan zijn houding en mimiek dat elk woord gewogen was op een gouden weegschaal van bijna een eeuw levens ervaring.
De vraag is dus ook echt voor mij bedoelt.
Met Henk van gedachten wisselen is een verademing, vooral als je continu gewend bent in een wereld te leven waar mensen tijdens gesprekken heel dominant aanwezig zijn, niet naar elkaar luistert en je continu het gevoel hebt dat je iets opgedrongen wordt.
Mij wordt door mijn directe omgeving vaak verweten dat ik ook bij dat gros hoorde en heel selectief luister, maar dat klopt dan ook want ik heb een ingebouwde radar die echt van nep kan onderscheiden. Maar Henk is echt.
Ik wacht dan ook niet zijn verbale reactie af, wat toch niet komt want zijn blik spreekt boekdelen en vroeg ik hem of hij ons gesprek de laatste keer vorig jaar bij hem thuis nog herinnerde. "Ja" nog steeds onbewogen.
Dat gesprek heeft zo'n geweldige impact op mij gehad dat ik mijn visie over de vraag sinds mensenheugenis gesteld -is er leven na de dood- vanaf dat moment verschillende malen en op verschillende manieren heb moeten evalueren.
We kwamen op die bewuste zomermiddag op dit onderwerp toen zijn leeftijd ter sprake kwam (hij wordt dit jaar negentig).
Ik had zelf nog zoveel vragen na die bewuste 15 juni 1983. Vragen die onbeantwoord zijn gebleven en waar ik tot op heden nog steeds niet uit ben.
Er was geen verdriet, wel hoop en was het voor mij als vanzelfsprekend dat het aardse afscheid slechts tijdelijk was.
De een gelooft in een reïncarnatie, de ander in een tunnel met aan het eind helder licht en nog wat meer. Ik behoorde vanwege m'n religieuze opvoeding tot de laatste categorie.
Een echo uit het verleden die mij altijd bij blijft want het voelde ook niet echt als een achtervolging.
Ik heb de tijd, vanaf vorig jaar zomer bij Henk thuis tot deze vrijdagmiddag dan.
We moeten het beste van het leven maken en doen wat goed is, je medemens zo goed als mogelijk helpen, want als je dood bent dan houd alles op, dan is er straks niks meer.
Niet precies in deze bewoordingen maar het waren wel woorden van gelijke strekking.
Ik verkeerde, nadat mijn oude vriend de laatste zin had uitgesproken, in een lichte shock maar liet het niet merken, of zou hij de verbazing en vertwijfeling in mijn blik hebben gelezen?
Achteraf denk ik dat dit eigenlijk weer een van de vele kruispunten op je levenspad is, waarin je mensen tegenkomt en kennis en ervaring met elkaar deelt.
Zulke bijzondere momenten zullen je altijd bij blijven, zoals in mijn geval, omdat je er niet mee klaar kan komen, het niet goed tot je doordringt en het daarom niet begrijpt.
De vraag of er na dit leven nog een vorm van leven bestaat (vanuit het gezichtspunt van mijn oude vriend niet) is wat mij betreft ondenkbaar en onaanvaardbaar want zo'n vraag grenst aan heiligschennis.
Het leven is eindig, dat klopt, maar daarna is er toch nog iets?
Maar dit stil protest is feitelijk nergens op gebaseerd, want bij mijn weten is er nog nooit iemand na een tijdje een beetje dood te zijn geweest (zeg maar een week of vijf of langer) teruggekomen om iets over zijn/haar bijzondere ervaring te vertellen.
Mijn oude vriend heeft hier dus een punt, maar mijn moeder ook vrees ik, want die zou me een mep om de oren hebben gegeven met de bijbel en me herinneren aan een passage over de opstanding.
Met gedachtewisselingen over levensbeschouwelijke onderwerpen heb ik altijd veel tijd nodig om over na te denken, om de juiste vragen te kunnen stellen en rustig naar antwoorden te zoeken. Niet na enkele seconden, minuten of uren, maar zolang ik het nodig acht.
Dus een jaar is een redelijk termijn.
Ik herinner me nog elke detail van het gesprek.
Zelfs wat we beiden toen gedronken en gegeten hebben, waar ik zat in de huiskamer en hoe hij keek terwijl praat.
En zo keek hij vandaag ook met een vragende blik, alsof hij me eraan wilde herinneren dat er nog iets was blijven hangen aan het gesprek van vorig jaar en waar ik misschien toch nog op terug wilde komen.
Toen ik met hem opliep naar de auto sloeg ik mijn arm om z'n schouder en zei dat ik (oprecht) blij ben dat hij was geweest. Hij keek me enkele seconden aan voordat hij instapte en lachte: "ja he?" ..en dan glimlachend.. "heb je toch het gevoel dat er iemand aan je denkt".
Ik keek en zwaaide hem nog na en liep die 20 meter tot aan de voordeur in gedachten verzonken en dacht aan bijzondere voorvallen in de wereld in deze tijd, zoals de lente revoluties die als een groene golf huis houdt aan de andere kant van de Middellandse zee.
Ook aan de langverwachte voorspelling over 2012 aan de hand van interpretaties van de Mayakalender. De vrije val van Amerika en opkomende economische grootmachten uit het oosten die het arrogante westen aan het wankelen brengen.
Aan Wilders die zich meer dan ooit ontpopte als een straatvechter (Doe normaal man)en heilige huisjes in de 2e kamer omver schopte (screw you).
Waarom niet? Waarom zou mijn oude vriend het niet bij het rechte eind kunnen hebben?
Vanaf nu, na deze gedenkbare vrijdagmiddag, is alles mogelijk! Zoeken of afwachten tot het ondenkbare en rekening houden met het onmogelijke zoals recent het geval.
Het wetenschappelijk experiment van CERN in Zwitserland die de relativiteitstheorie van Einstein (E=MC2) letterlijk aan flarden dreigt te schieten als straks blijkt dat aan de meetapparatuur niks mankeert.
Het licht is dan niet meer zoals Einstein beweerde het snelst, maar de neutrino's die door een deeltjesversneller van Genève naar Italië over een afstand van 750 km was geschoten en naar het schijnt, enkele nanoseconden sneller dan het licht ging.
Alle bestaande wetenschappelijke theorieën moeten dan weer worden heroverwogen, te beginnen met de oerknal 20 miljard jaren geleden tot aan het ontstaan van de aarde en de eerste mens en zo verder.
En misschien, heel misschien is onze planeet toch wel plat i.p.v. rond (het ondenkbare)en misschien, heel misschien is er toch een tunnel, met aan het eind het veel bezongen licht.
Ik kijk nu alweer uit naar een volgende ontmoeting met mijn oude vriend. (Update 8 augustus 2012.....)
Twee weken geleden was ik gemaild door een goede vriend (JRD) hij berichtte me dat mijn ' oude'  vriend niet meer lang te leven had en stervende was. Ik heb de wekker om 03.00 u 's morgens gezet want het tijdsverschil was 6 uur (Antillen). Vera nam op en gaf de hoorn over. Hij klonk helemaal fit en in zn oude doen wat me verbaasde. " Dag Anton, ik ga dood......dat weet ik en daar kan ik verder niks meer aan doen..."  Wij hebben nog enkele minuten met elkaar gepraat, of eigenlijk was Henk aan het woord, maar zijn boodschap was zoals altijd uit het leven gegrepen. Een stem met inhoud die me nog lang zal blijven heugen, want dat is Henk ten voeten uit. Op de rand van wat wij als eeuwig beleven, nog altijd consistent en helder. Dank Henk dat ik je heb mogen leren kennen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten