Deze blog schreef ik onderweg op de terugvlucht van Hato Airport Curaçao naar Amsterdam Schiphol
De lichten waren net op slaap-modus gegaan en we hadden de maximale gunstige hoogte bereikt van 10095 meter.. Op een paar oplichtende videoschermpjes na was iedereen in diepe rust.
Mijn gedachten gingen op dat moment uit naar de bijzondere ontmoetingen met mensen die ik gemaakt had op Sint Maarten en Curaçao.
Waar ik het meest door geraakt werd was het verhaal van Robertico Maduro, directeur Yabi di Libertad uit Bonaire en Pastoor Sherald Obispo de oprichter van een organisatie voor opvang van drugsverslaafde daklozen en die inmiddels locaties heeft op Sint Maarten, Aruba en Bonaire.
Waarom ik juist deze ontmoeting eruit heb gelicht? Omdat deze mensen me herinneren aan zielsverwanten in mijn nabije omgeving.
Ik had nadien twee zere duimen overgehouden van het tikken op mijn blackberry, maar het was de moeite waard. Het is nu alweer 11 maanden geleden dat wij van elkaar afscheid genomen hadden. Het was niet een momentopname maar terugkerende gespreksonderwerpen tijdens de autoritten naar Den Bosch, Tilburg en Vught met steeds hetzelfde thema... afscheid.
Een gemist oproep, zag ik toen op die ochtend toen ik wakker werd. Lies, zijn soulmate met wie hij samen eind jaren negentig uit een diep dal was geklommen, stond op mijn voicemail.
Ik belde terug, nog slaapdronken en hoorde de onheilstijding als in een roes.
Ze klonk heel sterk, maar dat was Lies ten voeten uit.
Robert was gisteravond opgenomen in het ziekenhuis in Tilburg met een herseninfarct, klonk het lineair uit de luidspreker van mijn blackberry alsof ze het voorlas van een briefje.
Een lange tijd zei ik niks en als ik wat gezegd zou hebben na die stilte, dan was het zoiets als "wat zeg je?"
"Ik versta je niet" of "nog een keer Lies?" Alsof het bandje gewist zou worden in de hoop dat de boodschap anders zou kunnen worden.
Een paar seconden duurde die sprakeloosheid, maar ondertussen het bericht in haarvolle omvang en langzaam tot me door laten dringen en een plekje proberen te geven.
Maar hij ligt op intensive care hoorde ik Lies zeggen dus in goede handen en is nog niks aan de hand.
Van mijn generatiegenoten en mensen uit mijn nabije omgeving waren er drie en zekert minstens twee, van wie de opofferingsbereidheid uitzonderlijk genoemd mag worden als die van Robert alsof ze van een andere planeet of wereld kwamen en in ieder geval niet aards.
Gisteravond, op de valreep, daags voor mijn vertrek uit de Cariben, kwam ik twee mensen tegen en beide uit hetzelfde hout gesneden als Robert.
Beiden begaan met het lot van anderen, behulpzaam en nog meer van dat soort eigenschappen en die deze Blog gemakkelijk met meer alineas zou kunnen vullen.
Ik kwam eigenlijk langs om kleren te brengen voor de bewoners van het karakteristieke landhuis.
Vanaf de weg was er altijd bedrijvigheid te zien.
De man aan wie ik vroeg of er ook leiding aanwezig was, wees naar binnen.
De pastoor is binnen op zijn kantoor maar heeft een afspraak. De directeur is er ook.
In de hal wat door moet gaan voor een receptie zat een man, duidelijk aangedaan door de hitte.
Bon tardi, ik kom kleren brengen.
Oh zegt de man die zijn altijd welkom en gaf me een hand, ondertussen mijn buz-card in de andere hand aandachtig lezend
Ik vroeg hem wat dit voor een organisatie was.
Het bleek een opvangtehuis voor thuis en dakloze drugsverslaafden.
De beste man vertelde of ik met de pastoor kennis wilde maken, want die is zo klaar met zijn gesprek maar heeft weinig tijd want die moest direct naar een andere afspraak.
Nou dat hoeft niet perse zei ik, want ik heb ook weinig tijd en gaf hem een hand.
Naar de auto lopend, zag ik hem vanuit mijn ooghoek met iemand praten en keek hij mijn kant op.
De zon brand op mijn gezicht en het was bloedheet die middag. Te warm eigenlijk voor afspraken.
Hij wenkte me en stelde zich even later voor als Sherald Obispo, de pastoor.
God heeft me een engel gestuurd zei hij lachend.
Ik moest op mijn beurt nu ook om hem lachen, want voor die twee dozen en plastic vuilniszak met kleren werd kreeg ik een waardering toegekend die alleen voorbehouden is aan onsterfelijken.
Nee, zegt hij nu onbewogen, ik voel dat er iets belangrijks staat te gebeuren toen ik je zag en zal mijn afspraak zo afzeggen. Hij leek helemaal niet op een pastoor.
In mijn ogen zijn geestelijken en zeker pastoren blank en onberispelijk gekleed in de zo kenmerkende kleding of gewaden.
Maar deze man ziet er met zijn lange gestalte, oude jeans en oude versleten shirt, niet bepaalt uit als een geestelijke. Zijn karakteristieke en getekende gezicht, de ogen, heeft zonder enige twijfel een verhaal. Hij deed me denken aan die neger acteur die in een oude (The magnificent seven) westernfilm speelde.
We liepen naar zijn kantoor waar hij over zijn achtergrond verteld en de ontstaansgeschiedenis van deze locatie en het werk wat hij deed.
Na een behoorlijke tijd in Amsterdam gewoond te hebben was deze eens zo bekende maar aan heroïne verslaving gevallen honkballer uit de Bijlmer zeven naar zijn geboorteland Curaçao gegaan.
Daar deed hij na enige tijd ten overstaan van zijn God een belofte. Als God hem van zijn verslaving afhielp, dan zal hij zijn leven wijden aan het helpen van drugsverslaafden.
Deze belofte hield hij gestand.
Kom zegt hij, ik laat je het terrein zien waar we aan het bouwen zijn.
Met een terreinwagen reden we over de gaten en kuilen naar de uiterste hoek van het landhuis waar een gebouw staat zonder dak met alleen muren.
Hij stelde me voor aan twee bouwvakkers die er aan het werk waren.
Ze waren allebei bewoners van deze locatie. Yubia de Libertad.
Gelukkig dat jullie subsidie krijgen van de overheid zei ik. Lachend,, "subsidie?" we hebben nog geen 1 cent van de overheid gekregen.
Wat je hier ziet staan is bijeen gesprokkeld met fondsenwerving en sponsoring van bedrijven en als er geen geld meer is, dan stoppen we weer met bouwen.
De politiek heeft het te druk met de politiek, die weten niet wat wij aan het doen zijn, kwam het weer lachend en met zelfspot uit zijn mond.
Veertig cliënten wonen op Yubia de Libertad en met enige vindingrijkheid en hardwerkend opgebouwd
En dan onverwacht relativerend, "maar we hopen toch dat na 16 magere jaren deze nieuwe regering ons een toekomst kan geven."
Hij meende wat hij zei zag ik. Inderdaad kan je aan de fundering en de vloer zien dat om de twee vierkante meter de vloer er qua structuur anders uit zag en er gefaseerd gebouwd werd.
Het terrein waar dit complex, landhuis en uitbreiding, ligt tussen de doorgaande weg van Otrabanda naar West Punt en bijna onder de aanvliegroute van burger en militaire vliegtuigen die airport Hato aandeden.
Ik moet weg voor een afspraak zei ik spijtig want morgen ga ik weer terug naar Nederland.
Of ik vanavond om acht uur kon komen, want dan wilde hij mij kennis laten maken met de directeur van de afdeling op Bonaire.
Toen ik die avond aan kwam rijden zag ik hem met een man waarvan ik vermoede dat hij de man van Bonaire was, op een podium zitten.
Ze waren domino aan het spelen een favoriete spel op het eiland.
Naast het podium was een overdekte van golfplaten grote overdekte palapa waar circa 8 jonge mannen tv kijken.
De man van Bonaire stelde zich voor als Robertico Maduro een van de eerste cliënten die door Sherald geholpen was om van zijn verslaving af te komen bleek later.
Nu runde Robertico een afdeling van Yubia di Libertad op Bonaire met 12 cliënten, (Robertico glimlachend) ook nog zonder subsidie.
We beloofden een samenwerking met elkaar zonder materieel of geldelijk gewin.
Maar wat me het meest raakte waren de warme woorden van afscheid. Deze locatie en de andere locaties op Bonaire, Aruba en Sint Maarten moet ik als mijn huis beschouwen als ik weer voet op de Antillen zet. De omhelzing met beide ervaringsdeskundigen hadden iets maçonniek, gemeend maar tegelijk ook magisch.
Robert lag in een aparte kamer met de bekende geluiden van een monitor en meetapparatuur met gekleurde ledlampjes die aan en uit gaan.
Zijn ogen waren half gesloten, zijn pupillen staarden in het niets.
Zijn borstkas volgde het zware onnatuurlijke ritme van de beademingsapparatuur.
Lies was even rusten in de 'familiekamer'.
Met zijn linkerhand in mijn hand licht masserend probeerde ik elk woord dat we tegen elkaar zeiden tijdens de autoritten naar Vught terug te halen onderwijl hoopvol wachtend op een licht respons op mijn aanraking.
Hij gebruikte medicijnen, pufjes voor zijn benauwdheid en klaagde de laatste tijd vaak over een vermoeide en pijnlijke nek.
Maar wat me toen zorgen baarde was dat hij zei dat hij aan een autoimuum ziekte lijdt en in feite niet beter kan worden als hij ziek wordt, ook niet met medicijnen.
Dat was volgens mij de reden het begin van steeds terugkerende onderwerpen en thema's tijdens nachtelijke ritten: wat als......we zijn allebei ervaringsdeskundigen, ieder met een eigen invalshoek. We hebben allebei de levensschool doorlopen en waren er allebei ongeschonden uit gekomen.
Gespreksonderwerpen die ons beide raken, uit onze jeugdjaren, onderwerpen als de teloorgang van de maatschappij en het menselijk ras.
Wat als er iets met ons gebeurt? Robert heeft veel van zijn vrienden overleefd, sommige nog jonger dan hem. Hij was ook niet bang om te dood te gaan, als het maar geen pijn doet grapten we. En nu ligt hij hier en de vooruitzichten waren niet goed.
De kans dat hij uit coma raakt is zeer klein en wat als hij er wel uit komt? Ik herinner me zijn grappigge anekdotes over een kameraad van hem die hetzelfde overkwam en nu in een scootmobiel rijdt en waar we om moesten lachen.
Nee Ton als me iets overkomt, dan wil ik niet teruggehaald worden waren letterlijk zijn woorden.
Tot drie keer toe als we weer op dit onderwerp komen zei Robert dat hij absoluut niet gereanimeerd wil worden als die situatie zich voordoet (alsof hij het al voelde aankomen).
Hij heeft dit ook bij herhaling met Lies over gehad.
De reactie van de familie bij monde van Roberts jongere broer Sam was ook heel begrijpelijk toen ik dit heel voorzichtig ter sprake bracht.
Ik voelde me ook verplicht t.o.v. Robert om het te zeggen en natuurlijk begreep ik onmiddellijk het verdriet en de teleurstelling ("we hadden liever gehad dat hij dit soort dingen ook met de familie bespreekt" dacht zijn broer hardop) maar zulke dingen vertel je juist niet aan je naasten als je gezond bent en er verder niks aan de hand is.
Een dag voor de artsen in overleg met de familie besloten om de machines stop te zetten die Roberts vitale organen vervingen, bezocht ik hem weer. Lies belde me om te zeggen wat er stond te gebeuren en dat het de laatste keer is dat wij hem dan "levend" zouden zien.
Ik zat deze keer aan zijn rechterkant, hield zijn hand vast en zei Obeth (zijn roepnaam) ik ben het. Lies was op dat moment even naar de andere familieleden toe die in de hal stonden, toen het gebeurde.
Robert deed plotseling zijn beide ogen open en draaide de ogen met heel veel moeite naar rechts en hield zijn blik gedurende drie tot vier seconden naar mij gericht. Ik was veel te beduusd om iets te zeggen, maar zijn blik was heel vorsend en natuurlijk probeerde hij mij iets duidelijk te maken. Ik heb Robert vaak zo zien kijken als we oog contact hadden over een bepaalde situatie waarmee wij vaak aan gaven dat wij het zelfde dachten en dat slechts bevestigen door elkaar aan te kijken. Het was dezelfde type blik en ik wist bijna zeker wat hij mij wilde zeggen.
De volgende avond was het zover, maar ik had nog afscheid van hem kunnen nemen. Het voelde niet als een afscheid voorgoed want tijdens de nachtelijke ritten gingen de onderwerpen van gesprek niet altijd over onze pubertijd en en pre-volwassen fase en wat zich nog daarna afspeelde in ons leven. Onze gedachtewisselingen waren in geestelijke zin op de een of andere wijze heel grensverleggend. Het is een kwestie van tijd, maar Robert voelde het aankomen en dat is slechts aan weinigen voorbestemd.
Waar ik het meest door geraakt werd was het verhaal van Robertico Maduro, directeur Yabi di Libertad uit Bonaire en Pastoor Sherald Obispo de oprichter van een organisatie voor opvang van drugsverslaafde daklozen en die inmiddels locaties heeft op Sint Maarten, Aruba en Bonaire.
Waarom ik juist deze ontmoeting eruit heb gelicht? Omdat deze mensen me herinneren aan zielsverwanten in mijn nabije omgeving.
Ik had nadien twee zere duimen overgehouden van het tikken op mijn blackberry, maar het was de moeite waard. Het is nu alweer 11 maanden geleden dat wij van elkaar afscheid genomen hadden. Het was niet een momentopname maar terugkerende gespreksonderwerpen tijdens de autoritten naar Den Bosch, Tilburg en Vught met steeds hetzelfde thema... afscheid.
Een gemist oproep, zag ik toen op die ochtend toen ik wakker werd. Lies, zijn soulmate met wie hij samen eind jaren negentig uit een diep dal was geklommen, stond op mijn voicemail.
Ik belde terug, nog slaapdronken en hoorde de onheilstijding als in een roes.
Ze klonk heel sterk, maar dat was Lies ten voeten uit.
Robert was gisteravond opgenomen in het ziekenhuis in Tilburg met een herseninfarct, klonk het lineair uit de luidspreker van mijn blackberry alsof ze het voorlas van een briefje.
Een lange tijd zei ik niks en als ik wat gezegd zou hebben na die stilte, dan was het zoiets als "wat zeg je?"
"Ik versta je niet" of "nog een keer Lies?" Alsof het bandje gewist zou worden in de hoop dat de boodschap anders zou kunnen worden.
Een paar seconden duurde die sprakeloosheid, maar ondertussen het bericht in haarvolle omvang en langzaam tot me door laten dringen en een plekje proberen te geven.
Maar hij ligt op intensive care hoorde ik Lies zeggen dus in goede handen en is nog niks aan de hand.
Van mijn generatiegenoten en mensen uit mijn nabije omgeving waren er drie en zekert minstens twee, van wie de opofferingsbereidheid uitzonderlijk genoemd mag worden als die van Robert alsof ze van een andere planeet of wereld kwamen en in ieder geval niet aards.
Gisteravond, op de valreep, daags voor mijn vertrek uit de Cariben, kwam ik twee mensen tegen en beide uit hetzelfde hout gesneden als Robert.
Beiden begaan met het lot van anderen, behulpzaam en nog meer van dat soort eigenschappen en die deze Blog gemakkelijk met meer alineas zou kunnen vullen.
Ik kwam eigenlijk langs om kleren te brengen voor de bewoners van het karakteristieke landhuis.
Vanaf de weg was er altijd bedrijvigheid te zien.
De man aan wie ik vroeg of er ook leiding aanwezig was, wees naar binnen.
De pastoor is binnen op zijn kantoor maar heeft een afspraak. De directeur is er ook.
In de hal wat door moet gaan voor een receptie zat een man, duidelijk aangedaan door de hitte.
Bon tardi, ik kom kleren brengen.
Oh zegt de man die zijn altijd welkom en gaf me een hand, ondertussen mijn buz-card in de andere hand aandachtig lezend
Ik vroeg hem wat dit voor een organisatie was.
Het bleek een opvangtehuis voor thuis en dakloze drugsverslaafden.
De beste man vertelde of ik met de pastoor kennis wilde maken, want die is zo klaar met zijn gesprek maar heeft weinig tijd want die moest direct naar een andere afspraak.
Nou dat hoeft niet perse zei ik, want ik heb ook weinig tijd en gaf hem een hand.
Naar de auto lopend, zag ik hem vanuit mijn ooghoek met iemand praten en keek hij mijn kant op.
De zon brand op mijn gezicht en het was bloedheet die middag. Te warm eigenlijk voor afspraken.
Hij wenkte me en stelde zich even later voor als Sherald Obispo, de pastoor.
God heeft me een engel gestuurd zei hij lachend.
Ik moest op mijn beurt nu ook om hem lachen, want voor die twee dozen en plastic vuilniszak met kleren werd kreeg ik een waardering toegekend die alleen voorbehouden is aan onsterfelijken.
Nee, zegt hij nu onbewogen, ik voel dat er iets belangrijks staat te gebeuren toen ik je zag en zal mijn afspraak zo afzeggen. Hij leek helemaal niet op een pastoor.
In mijn ogen zijn geestelijken en zeker pastoren blank en onberispelijk gekleed in de zo kenmerkende kleding of gewaden.
Maar deze man ziet er met zijn lange gestalte, oude jeans en oude versleten shirt, niet bepaalt uit als een geestelijke. Zijn karakteristieke en getekende gezicht, de ogen, heeft zonder enige twijfel een verhaal. Hij deed me denken aan die neger acteur die in een oude (The magnificent seven) westernfilm speelde.
We liepen naar zijn kantoor waar hij over zijn achtergrond verteld en de ontstaansgeschiedenis van deze locatie en het werk wat hij deed.
Na een behoorlijke tijd in Amsterdam gewoond te hebben was deze eens zo bekende maar aan heroïne verslaving gevallen honkballer uit de Bijlmer zeven naar zijn geboorteland Curaçao gegaan.
Daar deed hij na enige tijd ten overstaan van zijn God een belofte. Als God hem van zijn verslaving afhielp, dan zal hij zijn leven wijden aan het helpen van drugsverslaafden.
Deze belofte hield hij gestand.
Kom zegt hij, ik laat je het terrein zien waar we aan het bouwen zijn.
Met een terreinwagen reden we over de gaten en kuilen naar de uiterste hoek van het landhuis waar een gebouw staat zonder dak met alleen muren.
Hij stelde me voor aan twee bouwvakkers die er aan het werk waren.
Ze waren allebei bewoners van deze locatie. Yubia de Libertad.
Gelukkig dat jullie subsidie krijgen van de overheid zei ik. Lachend,, "subsidie?" we hebben nog geen 1 cent van de overheid gekregen.
Wat je hier ziet staan is bijeen gesprokkeld met fondsenwerving en sponsoring van bedrijven en als er geen geld meer is, dan stoppen we weer met bouwen.
De politiek heeft het te druk met de politiek, die weten niet wat wij aan het doen zijn, kwam het weer lachend en met zelfspot uit zijn mond.
Veertig cliënten wonen op Yubia de Libertad en met enige vindingrijkheid en hardwerkend opgebouwd
En dan onverwacht relativerend, "maar we hopen toch dat na 16 magere jaren deze nieuwe regering ons een toekomst kan geven."
Hij meende wat hij zei zag ik. Inderdaad kan je aan de fundering en de vloer zien dat om de twee vierkante meter de vloer er qua structuur anders uit zag en er gefaseerd gebouwd werd.
Het terrein waar dit complex, landhuis en uitbreiding, ligt tussen de doorgaande weg van Otrabanda naar West Punt en bijna onder de aanvliegroute van burger en militaire vliegtuigen die airport Hato aandeden.
Ik moet weg voor een afspraak zei ik spijtig want morgen ga ik weer terug naar Nederland.
Of ik vanavond om acht uur kon komen, want dan wilde hij mij kennis laten maken met de directeur van de afdeling op Bonaire.
Toen ik die avond aan kwam rijden zag ik hem met een man waarvan ik vermoede dat hij de man van Bonaire was, op een podium zitten.
Ze waren domino aan het spelen een favoriete spel op het eiland.
Naast het podium was een overdekte van golfplaten grote overdekte palapa waar circa 8 jonge mannen tv kijken.
De man van Bonaire stelde zich voor als Robertico Maduro een van de eerste cliënten die door Sherald geholpen was om van zijn verslaving af te komen bleek later.
Nu runde Robertico een afdeling van Yubia di Libertad op Bonaire met 12 cliënten, (Robertico glimlachend) ook nog zonder subsidie.
We beloofden een samenwerking met elkaar zonder materieel of geldelijk gewin.
Maar wat me het meest raakte waren de warme woorden van afscheid. Deze locatie en de andere locaties op Bonaire, Aruba en Sint Maarten moet ik als mijn huis beschouwen als ik weer voet op de Antillen zet. De omhelzing met beide ervaringsdeskundigen hadden iets maçonniek, gemeend maar tegelijk ook magisch.
Robert lag in een aparte kamer met de bekende geluiden van een monitor en meetapparatuur met gekleurde ledlampjes die aan en uit gaan.
Zijn ogen waren half gesloten, zijn pupillen staarden in het niets.
Zijn borstkas volgde het zware onnatuurlijke ritme van de beademingsapparatuur.
Lies was even rusten in de 'familiekamer'.
Met zijn linkerhand in mijn hand licht masserend probeerde ik elk woord dat we tegen elkaar zeiden tijdens de autoritten naar Vught terug te halen onderwijl hoopvol wachtend op een licht respons op mijn aanraking.
Hij gebruikte medicijnen, pufjes voor zijn benauwdheid en klaagde de laatste tijd vaak over een vermoeide en pijnlijke nek.
Maar wat me toen zorgen baarde was dat hij zei dat hij aan een autoimuum ziekte lijdt en in feite niet beter kan worden als hij ziek wordt, ook niet met medicijnen.
Dat was volgens mij de reden het begin van steeds terugkerende onderwerpen en thema's tijdens nachtelijke ritten: wat als......we zijn allebei ervaringsdeskundigen, ieder met een eigen invalshoek. We hebben allebei de levensschool doorlopen en waren er allebei ongeschonden uit gekomen.
Gespreksonderwerpen die ons beide raken, uit onze jeugdjaren, onderwerpen als de teloorgang van de maatschappij en het menselijk ras.
Wat als er iets met ons gebeurt? Robert heeft veel van zijn vrienden overleefd, sommige nog jonger dan hem. Hij was ook niet bang om te dood te gaan, als het maar geen pijn doet grapten we. En nu ligt hij hier en de vooruitzichten waren niet goed.
De kans dat hij uit coma raakt is zeer klein en wat als hij er wel uit komt? Ik herinner me zijn grappigge anekdotes over een kameraad van hem die hetzelfde overkwam en nu in een scootmobiel rijdt en waar we om moesten lachen.
Nee Ton als me iets overkomt, dan wil ik niet teruggehaald worden waren letterlijk zijn woorden.
Tot drie keer toe als we weer op dit onderwerp komen zei Robert dat hij absoluut niet gereanimeerd wil worden als die situatie zich voordoet (alsof hij het al voelde aankomen).
Hij heeft dit ook bij herhaling met Lies over gehad.
De reactie van de familie bij monde van Roberts jongere broer Sam was ook heel begrijpelijk toen ik dit heel voorzichtig ter sprake bracht.
Ik voelde me ook verplicht t.o.v. Robert om het te zeggen en natuurlijk begreep ik onmiddellijk het verdriet en de teleurstelling ("we hadden liever gehad dat hij dit soort dingen ook met de familie bespreekt" dacht zijn broer hardop) maar zulke dingen vertel je juist niet aan je naasten als je gezond bent en er verder niks aan de hand is.
Een dag voor de artsen in overleg met de familie besloten om de machines stop te zetten die Roberts vitale organen vervingen, bezocht ik hem weer. Lies belde me om te zeggen wat er stond te gebeuren en dat het de laatste keer is dat wij hem dan "levend" zouden zien.
Ik zat deze keer aan zijn rechterkant, hield zijn hand vast en zei Obeth (zijn roepnaam) ik ben het. Lies was op dat moment even naar de andere familieleden toe die in de hal stonden, toen het gebeurde.
Robert deed plotseling zijn beide ogen open en draaide de ogen met heel veel moeite naar rechts en hield zijn blik gedurende drie tot vier seconden naar mij gericht. Ik was veel te beduusd om iets te zeggen, maar zijn blik was heel vorsend en natuurlijk probeerde hij mij iets duidelijk te maken. Ik heb Robert vaak zo zien kijken als we oog contact hadden over een bepaalde situatie waarmee wij vaak aan gaven dat wij het zelfde dachten en dat slechts bevestigen door elkaar aan te kijken. Het was dezelfde type blik en ik wist bijna zeker wat hij mij wilde zeggen.
De volgende avond was het zover, maar ik had nog afscheid van hem kunnen nemen. Het voelde niet als een afscheid voorgoed want tijdens de nachtelijke ritten gingen de onderwerpen van gesprek niet altijd over onze pubertijd en en pre-volwassen fase en wat zich nog daarna afspeelde in ons leven. Onze gedachtewisselingen waren in geestelijke zin op de een of andere wijze heel grensverleggend. Het is een kwestie van tijd, maar Robert voelde het aankomen en dat is slechts aan weinigen voorbestemd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten